Stilte-meditaties
Omhoog Centrerend Gebed Stilte-meditaties Stilte-meditaties 2 Meditatie-instructie

Stilte-meditatie: inleidingen


Op deze pagina vind je een aantal bezinningsteksten, ontleend aan de inleidingen die ik hield voorafgaand aan de meditatie tijdens de meditatie-avonden van de MAM (maandagavondmeditatie) in Bennebroek.

Beoefen je een vorm van stiltemeditatie (m.n. Zenmeditatie) en spreekt het je aan om inspiratie op te doen tijdens een dag van intensief mediteren en inleidingen rondom onderwerpen i.v.m. meditatie? Bekijk dan eens de informatie over de meditatie- en inspiratiedagen die ik geef in de kapel Poustinia te Bloemendaal (27 feb en 22 mei 2005).
Onderstaande inleidingen kunnen je een indruk geven van het soort onderwerpen dat op die dagen aan bod kunnen komen.

Spreken de teksten op deze pagina je aan, kijk dan ook eens op de Stiltepagina.
        Heb jij zelf teksten of gebeden die jij goed op deze pagina's vindt passen, gebruik dan het inzendformulier. Reacties of suggesties kun je kwijt in het gastenboek, of rechtstreeks via alex.pot@spiritualiteit.net.

 

Vorige Omhoog Volgende

 

Inleidingen stilte-meditatie

DOORSCHIJNEND WORDEN
(1 oktober 2001)

  • Ik wil beginnen met het voorlezen van een gedicht door Jos Boyens (man/vrouw?), dat dat mij onlangs via een emailrondzendlijst werd toegezonden. Het gedicht is ontleend aan de bundel Voorzichtig bazuinen, 1964. (Omdat ik niet zeker ben van de copyrights geef ik op deze internet-pagina het gedicht niet letterlijk weer, maar laat ik het bij een beschrijving van de inhoud ervan; AP)

Gedichten wonen in een huis van glas. Daarom zijn ze zo vanzelfsprekend. Een gedicht representeert een voor slechts n bepaalde existentie geldige wijsheid. Een voorbeeld van die wijsheid: een gedicht zal nooit met stenen gooien. Want het weet dat het zelf ook maar heel breekbaar woont.
 

  • Waarom heb ik dit gedicht gekozen? Ik vind het een ontroerend getuigenis van hoe pozie heel voorzichtig, heel nederig, niet dwingend, wil omgaan met de werkelijkheid. De dichter noemt het gedicht een glazen huis dat doorschijnend is voor de werkelijkheid, zonder zichzelf als gedicht op de voorgrond te dringen.
     
  • Toen ik nadacht over dit gedicht, bedacht ik dat het een heel mooi beeld biedt voor wat ikzelf wil oefenen met meditatie: dat ik een steeds meer een glazen huis, d.w.z. een doorzichtig huis, voor de werkelijkheid wil worden.
  • Doorzichtig voor wat?
    Voor het Absolute, het Goddelijke, het Transcendente, het grotere Verband, of hoe je deze Werkelijkheid ook wilt aanduiden voor jezelf.
     
  • Ik voor mij geloof dat dit grotere Verband zich aandient doorheen mijn - en ieders - beperkte en afgebakende ervaringen. (Beperkt, omdat ik schaduwzijden en zwakke kanten heb. Beperkt, omdat ik niet overal open voor kan staan. Beperkt, omdat ik dze persoon ben en niet die. Beperkt, omdat ik deze ervaringen heb opgedaan, en niet die. Beperkt, omdat ik gekozen heb voor dze weg, en niet voor die andere, etc.) Ik denk dat het omvattende Verband met het beperkte bestaan van mensen verbonden is precies zoals zout ononderscheidbaar en onscheidbaar verbonden is met zeewater.
     
  • Maar dat deze grotere Werkelijkheid tot uiting komt in het leven van mensen betekent nog niet dat ze gemakkelijk zichtbaar is. Om haar te kunnen gaan zien zul je je ogen moeten trainen. En juist deze overtuiging motiveert mij om te mediteren. Meditatie is voor mij dan een kwestie van aandachtig waken bij mijn ervaringen, om te kijken of zich daardoorheen iets kan aandienen van het Goddelijke.
     
  • Op het ene moment lukt het mij wat beter om transparant te zijn voor dit Absolute dan op het andere. Het ene moment is het huisje wat helderder dan op het andere. Dat is verder niet goed of fout; het is zoals het is; soms is het zomer, soms is het herfst; soms schijnt de zon, soms valt de regen.
     
  • Ik wil nog een laatste aspect van meditatie noemen dat bij mij opkwam n.a.v. dit beeld van een glazen huisje:
  • Vaak wordt gedacht dat je leeg moet worden tijdens de meditatie, dat je gedachten moet wegdrukken. Maar behalve dat dit meestal niet mogelijk is is het volgens mij ook een misverstand, aangezien het glazen huisje juist opgetrokken is uit het materiaal van onze ervaringen, onze gevoelens en onze gedachten. Het gaat er alleen maar om om op de achtergrond van dit voortdurende gemurmel van onze gedachten en gevoelens - en tegelijkertijd daarmee - het absolute te gaan ervaren dat er de bron van is.
     
  • Ik sluit af met een gedicht van Abel Herzberg dat dit onlosmakelijk aanwezig zijn van het absolute in onze beperkte ervaringen, in onze beperkte taal, tot uitdrukking brengt. (Klik op deze link om het gedicht van Herzberg te bekijken)

N.A.V. ZENMEESTER HAKUIN: IS DAT ZO?
(16 juli 2001)

  • Ik denk regelmatig na over de vergankelijkheid van het leven, hoe alles voortdurend verandert. Ik voel me daarom erg aangesproken door de grote aandacht die het boeddhisme heeft voor vergankelijkheid. De idee dat niets permanent is, alles aan verandering onderhevig is: dingen, omstandigheden, en ook wijzelf, die bijv. lichamelijk gezien veranderen, steeds ouder worden.
     
  • Voor de aardigheid laat ik nu een kort citaat m.b.t. vergankelijkheid volgen, zoals dat door Clint Eastwood wordt uitgesproken in de prachtige film "The Bridges of Madison County":

Niets blijft hetzelfde, alles verandert. Het enige waarop je vast kunt bouwen is dat alles veranderen zal. En het gekke is dat deze zekerheid van veranderlijkheid een hele troost kan zijn.
 

  • Vandaag echter wil ik het over een ander aspect van verandering hebben, nl. dat ook onze gedachten voortdurend aan verandering onderhevig zijn.
  • Een aantal voorbeelden uit mijn persoonlijk leven: mijn perfectionisme zoals ik dat tegenkom tijdens het klussen in mijn nieuwe huis, dat ik me heel druk kan maken over uitgeschoten kwaststrepen, dat mijn oog voortdurend getrokken wordt door die missers, terwijl ik ze naderhand niet eens meer terug kan vinden en dat ook niet belangrijk meer vind; antipathie voor iemand ("Met hem of haar zal ik wel nooit kunnen opschieten!") die verandert in zijn tegendeel of tenminste genuanceerder wordt ("Hij/zij heeft toch best ook leuke kanten!"); iets waar ik vantevoren erg tegenop zag en waarvan ik naderhand denk: heb ik me daar nu zo druk over gemaakt?
  • Nu is het grappige dat ik ondanks deze ervaringen meestal geneigd ben mijn gedachten erg serieus te nemen, alsof zij zo ong. een laatste en definitieve uitspraak over d werkelijkheid doen.
     
  • Juist om wat vrijer te staan tegenover mijn gedachten vind ik het inzicht van het boeddhisme dat alles veranderlijk en vergankelijk is, ook mijn gedachten, heel verfrissend.
  • Meditatie is dan voor mij een oefening om niet direct aan de haal te gaan met mijn gedachten, me er niet door mee te laten slepen, ze bloedserieus te nemen, alsof het onomstootbare uitspraken over de werkelijkheid zouden zijn.
     
  • In dit verband moest ik denken aan een verhaal over de beroemde Japanse Zenmeester Hakuin (18e n.C.), waarin hij zich heel vrij en onafhankelijk toont tegenover de zeer tegengestelde meningen van mensen over hem. Op de dingen die over hem gezegd worden reageert hij telkens met de vraag "Is dat zo?"
     
  • Het leuke van het verhaal van Hakuin vind ik dat het zinnetje dat hij uitspreekt naar mensen in zijn omgeving voor mij ook heel goed bruikbaar is voor de omgang met mijn eigen gedachten.
  • Dit zinnetje van Hakuin, "Is dat zo?", helpt mij vaak - zowel tijdens de meditatie als in mijn dagelijkse leven - om wat meer afstand van mijn eigen gedachten te winnen, eerst maar eens even af te wachten of ik er over een tijdje nog steeds zo over zal denken als ik op dit moment doe.
     
  • Het verhaal over Zenmeester Hakuin kun je op een andere pagina van spiritualiteit.net nalezen.

JE EGO AFLEGGEN
(7 mei 2001)

  • Deze inleiding vanavond wil ik beginnen met een kort verhaal van de soefi-mysticus Roemi; vervolgens zal ik dan enige toelichting geven waarom ik dit verhaal uitgekozen heb. Daarna zal ik het verhaal nog eens voorlezen, want het is maar een kort verhaal, en het is meestal niet gemakkelijk om een verhaal dat je voor het eerst hoort direct al te 'volgen'.

DE MAN DIE ZEI 'IK BEN HET'

Er klopte eens een man aan bij zijn vriend.
    'Wie is daar?', vroeg de vriend.
    'Ik', antwoordde de man.
    'Ga weg', zei de vriend. 'Het komt me nu niet gelegen. Er is aan mijn tafel geen plaats voor twee.'
[Aldus weggestuurd zwerft de man een jaar in eenzaamheid rond, innerlijk verteerd door het vuur van het verlangen naar zijn vriend.]
    Zo sudderde hij langzaam door tot hij gaar was.
[Het is een ander mens die uiteindelijk weer aanklopt op de deur van de vriend.]
    Zijn vriend riep: 'Wie is daar?'
    Hij antwoordde: 'Alleen jij!'
    'Welnu', riep de vriend, 'kom maar binnen, als jij ik bent. Voor twee ikken is hier geen plaats.'

ROEMI
(Soefi-mysticus uit het Perzi van de 13e eeuw; verhaal - met een paar minieme wijzigingen omwille van de leesbaarheid en een tweetal inkortingen - ontleend aan Honderd verhalen uit de Masnavi van Roemi, uitg. Panta Rhei, 2001; ISBN 90.76771.07.3; zie voor meer informatie hier)

 

  • Het boek Honderd verhalen waaraan bovenstaand verhaal is ontleend is in eerste instantie niet gemakkelijk toegankelijk: er worden in de teksten nogal eens raadselachtige beelden gebruikt. Daarnaast worden de verhalen regelmatig opgesierd met voorbeelden van Oosterse breedsprakigheid, welke het soms moeilijk maken de draad ervan te volgen. Maar de lezer die volhoudt wordt beloond met juweeltjes van spiritueel inzicht, soms n enkele zin of alinea omvattend, die het boek zeker de moeite van het lezen waard maken.
  • Het verhaal dat ik zojuist voorlas sprak mij aan door zijn indringendheid en bewogenheid. Voordat ik daar nader op in ga, kan het handig zijn om de twee belangrijkste beelden uit het verhaal toe te lichten:
    • De man, dat zijn wij, zoekende mensen die ieder een eigen weg van spiritualiteit volgen.
    • De vriend, dat is het Goddelijke, met welke naam je dat verder ook aanduidt: God, Boeddha-natuur, Bron, ware Zelf.
    • (Aanvullend bij het vorige punt en tussen haakjes: n van de aantrekkelijke kanten van Roemi's werk is zijn uiterst oecumenische en tolerante opstelling tegenover de verschillende religies. Ieder van ons kan daarom invullen wat zij of hij voor zichzelf verstaat onder het Goddelijke, zonder daarmee Roemi's tekst geweld aan te doen.)
       
  • Wat was het nu dat mij zo aansprak in het verhaal dat ik voorlas?
  • De kern van het verhaal ligt natuurlijk in de slotzin, dat er in de vereniging met de Vriend geen plaats is voor twee ikken. In de diverse spirituele tradities wordt deze wijsheid vaak aangeduid als het afleggen van het ego (=ik) of het valse zelf.
  • Ego, dat staat dan voor die illusionaire instantie in ons die de werkelijkheid vanuit allerlei waanbeelden bekijkt en probeert die voortdurend - vanuit angst - naar zijn hand te zetten, onder controle te houden. Er is natuurlijk niks mis met een zekere mate van controle over onze werkelijkheid, maar ego duidt op verkramping in die behoefte aan controle.
  • Tegenover deze verkramping staat in de spiritualiteit het inoefenen van een steeds grotere openheid tegenover de werkelijkheid: de gebeurtenissen, de omstandigheden en de mensen daarin, los van mijn denkbeelden en behoeftes. Zoals Gabril Smit het uitdrukt in zijn gedicht Werkelijkheid: "niet telkens trekken, rukken, anders willen".
  • Dat nu, het inoefenen van een houding van openheid, is wat mij ten eerste aanspreekt in de tekst.
     
  • Een tweede reden waarom ik het verhaal mooi en inspirerend vind, is dat het zo reel is. Laten we onszelf niets wijsmaken: openheid tegenover de realiteit die ons omringt is niet iets wat wij ons gemakkelijk eigen maken. Ik denk dat dit een levenslang proces vergt van geschuurd worden door de werkelijkheid, van omvorming, verandering, bijstelling.
  • Dit langzame en vaak pijnlijke proces van het loslaten van het ik komt heel mooi tot uitdrukking in de typering van de reis van de man: hij zwerft in eenzaamheid en afzondering, net zolang totdat hij uiteindelijk gaar gekookt is. Gaar gekookt: deze mens is tot in zijn wortels en langs een pijnlijke weg tot een ander persoon geworden.
  • (Dat er in het verhaal sprake is van een reis van n jaar lijkt mij een uiterst optimistische inschatting: ik denk dat de reis voor de meesten van ons in de praktijk veel langer zal duren    ;-)
     
  • Een laatste element dat mij heel erg aansprak in dit verhaal is dat er hier sprake is van een soort verlangensmystiek: de man wordt "verteerd als door een vuur omdat hij van zijn vriend gescheiden was". Daarin herken ik voor mezelf dat spiritualiteit met verlangen heeft te maken, dat ik mediteer omdat ik wrm loop - in mijn geval - voor het zoeken naar God, dat ik denk dat dat heel erg de moeite waard is.
     
  • Ik lees nu afsluitend het verhaal nog eens voor, waarna we gaan mediteren.

SLUIMEREND LICHT
(20 nov 2000)

  • Voor de meditatie van vanavond wil ik een gedicht van Jan van Nijlen als uitgangspunt nemen, getiteld: "Het Licht".
  • Ik heb enige tijd geaarzeld f ik deze tekst wel als uitgangspunt zou nemen, aangezien hij in eerste instantie misschien wat "zwaar" aandoet. Maar omdat ik het gedicht zo mooi vind en omdat het voor mij heel treffend kan dienen als zinnebeeld van waarom meditatie mij trekt, heb ik besloten het er toch maar op te wagen. (Tussen haakjes: vooral de laatste regel van het gedicht vind ik een echte klap op de vuurpijl, maar daarover straks meer)
  • Misschien moet ik vooraf nog wel even zeggen dat het gedicht (geschreven ergens rond 1909) soms wat archasch van taal is. Een voorbeeld: in de eerste strofe wordt het woord "betrachten" gebruikt, in de zin van "schouwen" of "beschouwen". Misschien dat wij dit woord in het kader van deze stiltemeditatie-avond met een gerust hart kunnen vervangen door het woord "mediteren".

HET LICHT

Het allerschoonste is het innig zachte
uit't allerdiepste van ons zelf geboren,
en bloeiend als een wonderbloem naar voren
uit de onbewustheid van ons hoog betrachten.

Het allerbeste is't geen wij verloren:
hetgeen de dagen ons aan echte klachten,
aan vreemden weemoed of aan vreugde brachten,
aan innige liedren die wij niet meer horen.

Zo zijt gij mij, o diep aanbeden Licht!
het allerbeste en het allerschoonste;
omdat gij Liefde en Waarheid hebt gebracht

in't mistig duister van mijn eenzaam woonste
waar nog uw klaarheid naleeft in den nacht,
hoewel gij sluimert in uw graf van Licht.

JAN VAN NIJLEN

 

  • Ik zag voor mijzelf een drietal aspecten van meditatie verzinnebeeld in dit gedicht. Ik laat die aspecten nu n voor n de revue passeren, inclusief de strofes waaraan ik ze koppel.

 

  • Een eerste gedachtengang, die ik zou willen samenvatten als "een bloem laten opbloeien uit je onbewustheid", zie ik verwoord in de eerste strofe van het gedicht:

Het allerschoonste is het innig zachte
uit't allerdiepste van ons zelf geboren,
en bloeiend als een wonderbloem naar voren
uit de onbewustheid van ons hoog betrachten.

  • Uit deze strofe lees ik twee aan elkaar gekoppelde aspecten van meditatie:
    1) De weg van meditatie is niet intellectueel gericht, gaat niet over het krijgen van bewuste gedachten, ingevingen, gevoelens; het gaat in de woorden van de dichter om een wonderbloem die opbloeit juist uit onze "onbewustheid".
    2) Wt er gebeurt tijdens de meditatie is door ons niet af te dwingen, niet controleerbaar. Opnieuw in de woorden van de dichter: het is een "wonderbloem" die wij "laten" opbloeien.
  • Meditatie is dus een uitnodiging aan ons om ons open te stellen voor wat zich ook maar aan wil dienen, zonder dat wij dat proces in banen willen leiden.
  • Juist dit aspect van voorbij gaan aan het intellect is n van de aspecten van meditatie die mij aantrekt tot mediteren.
    (N.B.: dit betekent overigens niet dat je pas goed zou mediteren wanneer er geen gedachten zijn: er zullen wel altijd gedachtes blijven opkomen; maar het verschil met onze normale houding is dat wij - met een aan Zen ontleend beeld - ons oefenen om ze aan ons voorbij te laten trekken zoals wolken aan een berg)

 

  • Een tweede gedachtengang zie ik verwoord in het tweede couplet. Ik zou deze gedachtengang willen aanduiden met "de innige liederen die wij verloren".

Het allerbeste is't geen wij verloren:
hetgeen de dagen ons aan echte klachten,
aan vreemden weemoed of aan vreugde brachten,
aan innige liedren die wij niet meer horen.

  • Wat een vreemd gedicht is dit toch - op het eerste oog - dat hierin ook "verlies van innige liederen" genoemd wordt als n van de allerbeste dingen die ons kunnen overkomen!
  • Als de dichter nu gezegd had dat bijv. meevallers of blijdschap het allerbeste zijn dat ons kan overkomen, dan zouden we dat nog kunnen begrijpen...; maar innige liederen verliezen ... het allerbeste ... ?
  • Toch spreekt ook deze strofe mij erg aan, omdat hierin het woord "vreugde" gebruikt wordt.
  • Dat woord staat er volgens mij nl. niet toevallig. Ik denk dat vreugde iets heel anders is dan blijdschap om iets wat je verworven hebt of omdat "de zaken voor de wind gaan". Vreugde gaat volgens mij dieper dan blijdschap, betekent het dat je dankbaar kunt zijn voor alles wat je maar overkomt, inclusief het negatieve en het moeilijke.
  • Dit is heel gewaagd om te stellen, en ik zal zeker niet zeggen dat ik het altijd - zelfs meestal niet - zo beleef; maar het is wel een intutie die mij aantrekt, richting geeft aan mijn leven. Z wil ik leven, dat ik kan danken voor het positieve zowel als voor het negatieve. En ook dat is voor mij een heel belangrijke reden om te mediteren.
  • Ik vind deze houding van dankbaarheid heel mooi uitgedrukt in de buiging (in Zen-termen: gassho) die wij maken als wij deze ruimte binnenkomen: buigen voor alles wat er tijdens de meditatie door ons heen mag gaan, het moeilijke zowel als het mooie. Eerbied voor wat is...
  • Nog een illustratie van deze grondhouding, ontleend aan de klassieke Zentekst "Hsin Hsin Ming":

Wanneer liefde en haat allebei afwezig zijn
wordt alles helder en onverborgen.
Maak je echter maar het kleinste onderscheid,
dan raken hemel en aarde
onoverbrugbaar uit elkaar.

 

  • Een derde gedachtengang - voor mij de meest indrukwekkende - zie ik tot uitdrukking komen in derde en vierde couplet van Van Nijlen's gedicht. Ik zou deze gedachtengang willen samenvatten met de uitdrukking "het Licht dat sluimert in zijn graf van Licht".

Zo zijt gij mij, o diep aanbeden Licht!
het allerbeste en het allerschoonste;
omdat gij Liefde en Waarheid hebt gebracht

in't mistig duister van mijn eenzaam woonste
waar nog uw klaarheid naleeft in den nacht,
hoewel gij sluimert in uw graf van Licht.

  • De beelden in deze twee stofes doen in eerste instantie - opnieuw - erg negatief aan: er is sprake van het Licht (N.B.: hoofdletter!) dat begraven ligt in zijn graf van Licht; er rest de dichter enkel nog een naglans van dat Licht, in zijn herinnering.
  • Waarschijnlijk zijn wij allemaal wel vertrouwd met varianten op de ervaring - de herinnering aan iets moois dat voorbij is - zoals die hier door de dichter verwoord wordt: de herinnering aan betere tijden, aan plekken waar wij ons thuis voelden maar die niet meer bestaan, aan diepe ontmoetingen met anderen die nu in het verleden liggen, aan vaardigheden of gezondheid die wij hadden maar nu niet meer hebben... Al wat rest lijkt enkel nog de bleke, kale herinnering.
  • Als wij de derde en vierde strofe vanuit dit perspectief lezen, dan ligt de nadruk op het woord "graf": dood is dood, voorbij is voorbij. Om somber van te worden.
  • Maar er is voor mij n woord in deze strofen aanwezig dat de hele betekenis ervan radicaal op zijn kop zet, nl. het woord "sluimert".
  • Dit sluimeren van het Licht is voor mij het kernwoord om aan te duiden waarom ik dit gedicht zo mooi vind. Wat sluimert kan namelijk ook weer wakker worden, ontwaken! Jan van Nijlen lijkt met deze uitdrukking er ruimte voor te laten dat het Licht niet dood is, niet alleen maar voorbij... Hij lijkt te suggereren dat we nog steeds toegang kunnen krijgen tot dat Licht, dat sluimert op de bodem van onze herinnering. Is voorbij wel werkelijk voorbij?
  • Misschien ligt het Licht niet dood in het graf, maar wacht het er alleen maar op dat wij ons weer voor dat Licht openstellen. Dat is een grondinspiratie voor meditatie die mij persoonlijk erg aanspreekt.
  • En zo heb ik het ook meermaals ervaren: dat ik onrustig of ongelukkig naar de meditatie kwam, en dan tijdens de meditatie onverwacht diepe vrede en vreugde ervoer. Zou dat een teken van leven zijn van dat sluimerend Licht (zonder dat ik verder precies weet wat dit is of hoe het werkt)?

 

  • Wellicht een mooie inspiratie om mee te gaan mediteren: dat wij ons willen openstellen voor het Licht dat sluimert in ieder van ons.

VEREENVOUDIGING
(17 apr 2000)

  • Vorige keer heb ik het gehad over spiritualiteit als voortdurende omvorming.
  • Vanavond wil ik het hebben over spiritualiteit/meditatie als een proces vereenvoudiging.

 

  • Vereenvoudiging is volgens mij een soort proeve van de echtheid/waarde van onze spiritualiteit, net zoals liefde en mededogen dat ook zijn. Aan de vruchten herkent men de boom. Als onze spiritualiteit ons uiteindelijk niet tot eenvoudiger mensen maakt, dan de vraag wat die dan wel waard is.
      (Tussen haakjes: in vele spirituele tradities vind je het inzicht terug, dat, om tot vereenvoudiging te komen, je vaak aanvankelijk vereenvoudigde omstandigheden nodig hebt - bijv. de cellen in een klooster, de "kaalheid" van het bidden of zitten in stilte - om tot innerlijke eenvoud te komen. De uiterlijke eenvoud kan dan a.h.w. langzamerhand binnendruppelen en zo worden tot nnerlijke eenvoud.)

 

  • Maar wat houdt dat in, eenvoud? Om deze vraag te beantwoorden eerst maar eens een woord-afleiding. Of deze feitelijk klopt weet ik niet, maar voor mij zelf leidt ik eenvoud graag af van het Duitse woord "Einfaltigkeit". Letterlijk betekent dat zoiets als een-vouwig-heid, niet laag achter laag achter laag.
  • Verschillende aspecten van de betekenis van eenvoud waar ik in dit verband aan denk:
    • doorzichtigheid, helderheid: niet ja zeggen terwijl je nee bedoelt;
    • kunnen genieten van het eenvoudige (uitstapje: Plotinus, 3e eeuw n.C.: alleen het gelijke kan het Gelijke zien => alleen een eenvoudig mens kan het eenvoudige waarderen);
    • niet zoveel behoeftes hebben waarmee een gat/leegte moet worden gevuld; het eenvoudige staat in dit verband tegenover het veelvoudige, tegenover het nooit ophoudende streven. Oftewel: eenvoud in de zin van met weinig tevreden zijn.
    • Niet voortdurend bezig zijn met je ego (in christelijke termen: een nederig mens zijn, iemand die zijn eigen plaats realistisch kan inschatten; dat is wat anders dan jezelf klein maken!)

 

  • Vorige keer over plaatjes van de os gesproken, in kader van geestelijk leven als levenslang omvormingsproces.
  • Die plaatjes beelden tegelijkertijd ook een proces van vereenvoudiging uit. Maar dit proces gaat wel door veelvoud, verwarring en tegenslagen heen. Opnieuw: dit is een levenslang proces.
  • Uiteindelijk monden de plaatjes uit in het 8e plaatje: een lege cirkel. Je zou denken: dit is wel de uiterst mogelijke vorm van vereenvoudiging, dit is een eindpunt, waar de mens er niet meer is.
  • (Zijstapje: Vgl. beeld van professor spiritualiteit Cees Waaijman (Nijmegen) t.a.v. de mystiek: de mysticus is als een scheepje dat in de woelige zee van de uiterlijke omstandigheden zich geankerd heeft in de Godheid. Het ankertouw en het anker staan voor de relatie, het leven vanuit de Godheid. Op sommige momenten kan dit proces z ver gaan, dat er zelfs geen scheepje meer is: dan zijn er enkel nog het touw en het anker, dan is er enkel nog relatie, verbondenheid, zonder bewustzijn van een Zelf.
         Dit wegvallen van het scheepje lijkt mij een vorm van uiterste vereenvoudiging vergelijkbaar met de lege cirkel van het achtste plaatje. Maar dit proces zal maar aan zeer weinig mensen en op zeer weinig momenten ten deel vallen!)

 

  • De lege cirkel van het achtste plaatje is een zeer zeldzaam moment, een uiterst zeldzame topervaring (als je het al een ervaring kunt noemen). Daarna moet er noodgedwongen weer de terugkeer naar alledaagse leven volgen.
  • Als je zou blijven staan bij die lege cirkel of het verdwenen scheepje (Waaijman), dan is dat nog niet de uiterste eenvoud. Dit zou nog een soort topervaring kunnen zijn, die je jezelf nog als verdienste aanrekent.
  • Er is nog een bewust afdalen van deze berg van topervaring nodig, keuze om terug te keren. In Zen wordt dit ook wel het "trainen na verlichting" genoemd. "Terug naar de markt met lege handen" (dit is een variatie op de titel van het tiende plaatje van de Plaatjes van de herder en zijn os).

 

  • Ik wil nu afsluiten met een tekst die iets over dit ideaal van Zen zegt, over eenvoud temidden van het alledaagse. Ik vind dit mooi in contrast met een slechte visie op het christelijke spiritualiteit: dat het daarin alleen maar zou gaan om goede daden doen, heilig worden. Maar heiligheid draait vaak terug op zichzelf: "kijk mij eens goed zijn".
  • Het mooie aan het Zen-ideaal: alleen al door je zijn kun je een weldaad voor je omgeving zijn. Je hoeft dat niet bewust na te streven. Je bent dan een mens die niet meer bezig is met eigen heiligheid.
  • De tekst is ontleend aan Zenkei Shibayama, "A Flower does not talk", pag.135-6. Shibayama sluit in die tekst aan bij Zen-vers:

"Tokuun is een oude roestige handboor,
Hij daalt steeds verder en verder af van de berg van Verlichting."
 
'Tokuun was een grote wijze uit een oude boeddhistisch verhaal. Een nieuwe handboor is scherp en nuttig. Een roestige oude is dof, maar nog steeds een handboor. Zen benadrukt de noodzakelijkheid van harde, strikte en volhardende discipline om iemands persoonlijkheid te matigen en trainen.
     Aanvullende training is echter nodig om voorbij al die discipline te gaan, terug te keren naar de "originele" nederigheid en een doodgewoon alledaags leven te leiden zonder enig spoor van superioriteit. Dit wordt "Training na Verlichting" genoemd, of "Neerwaartse Training". Het is een trainen om te worden als een roestige oude handboor, geen enkele uiterlijke glans vertonend, maar het allemaal binnen houdend.
     Na veel inspanning en arbeid komt iemand op de top van de berg. Nu moet hij met uiterste zorg afdalen van de bergen en terugkeren naar het gewone dagelijkse leven op aarde. We noemen zo'n persoon de "Grote Dwaas". Roestig mag hij eruit zien, maar hij is zonder twijfel een echte handboor. Alhoewel hij gewoon en onopvallend mag blijven, heeft hij een serene en heldere atmosfeer rondom zich. Iedereen die in aanraking met hem komt zal daarin opgenomen worden. Dit is de ideale Zen-persoonlijkheid.'

EEN LEVENSLANG PROCES VAN OMVORMING
(14 mrt 2000)

  • Vanavond over meditatie als levenslang / geleidelijk proces van omvorming.

 

  • Waarschijnlijk zitten wij hier allen omdat wij nieuwe mensen willen worden, dat wij omgevormd willen worden door meditatie.
  • Wat kan de aanleiding geven tot dat verlangen:
    De moeilijkheden die wij in het leven tegen kunnen komen: waarom moest mij dit overkomen; waarom moest deze relatie stuklopen; waarom ben ik vervreemd van bepaalde vriend(inn)en; waarom kan hij/zij niet anders zijn, dat ik mij niet steeds zo hoef te ergeren).
  • Misschien later - want moeilijker - ook het besef dat wij zelf bijdragen tot de dingen die wij tegenkomen. Maar dan, o schrik, hoe onszelf veranderen? Dat blijkt nog niet zo gemakkelijk. waarom kan ik mijn eigen patronen niet veranderen?

 

  • Jezuet Anthony de Mello: noodzaak van lijden aan het leven als motivatie tot meditatie/aandacht. Je afkeren van de omstandigheden, omdat je gaat zien dat je je daar niet afhankelijk van moet maken.
       Hij vertelt in zij boek "Awareness" hoe hij als psychotherapeut worstelde met de schijnbare tegenstelling tussen spiritualiteit en psychologie: waar kon hij mensen het beste mee helpen, wat moest hij ze bieden?

Ik kon vele jaren lang niet overweg met deze tegenstelling, totdat ik plotseling ontdekte dat mensen rst genoeg moeten lijden in relaties, voordat zij wakker kunnen worden en zeggen: "Ik word hier helemaal ziek van! Er moet toch een betere manier van leven zijn dan afhankelijk zijn van een ander menselijk wezen?" En wat deed ik in zo'n geval als psychotherapeut? Mensen kwamen naar mij toe met hun relatieproblemen, hun communicatieproblemen, etc., en wat ik deed was hun tot hulp. Maar soms ook - helaas dat ik dit moet zeggen - soms ook hielp wat ik deed hen juist net, omdat ik mensen in slaap hield. Wellicht was het beter voor hen geweest wanneer ze nog even verder geleden hadden. Misschien waren ze verder gekomen, wanneer ze [eerst] werkelijk het absolute dieptepunt bereikt zouden hebben, om vandaaruit te zeggen: "Ik word ziek van dit alles." Het is slechts wanneer je ziek bent van je ziekte, dat je eraan kunt gaan ontsnappen. De meeste mensen gaan naar een psychiater of psycholoog om verzachting van hun omstandigheden te bereiken. Ik herhaal: verzachting. Maar dat is niet hetzelfde als [werkelijk] je problemen achter je laten.

  • Zenmeesteres Jiyu Kennett in haar boek "Selling Water by the River": alle zenmeesters hadden vlekjes, leden aan het leven: zij waren bijv. alcolholist, rover, of, in moderne taal: neuroten. Maar juist dat lijden zette hun aan tot oefenen, gaf hen de vastbeslotenheid om de weg van Zen te gaan.
  • (Denk ook aan de bekende Zen-uitspraak: "De lotus bloeit op de mestvaalt.")

 

  • Gevaar bij het voorgaande: meditatie als sombere en ernstige bezigheid gaan zien. Het zou jammer zijn als je dat idee eraan overhield. En van de belangrijke aspecten van meditatie vind ik nl. dat zij ons tot dankbare en vreugdevolle mensen kan maken. Het enige dat ik wil benadrukken met bovenstaand verhaal: de noodzaak van lvenslang oefenen, dat er hier geen binnendoor- of sluipweggetjes bestaam. Dat zou alleen verzachting (de Mello) zijn, geen oplossing.

 

  • Ik wil afsluiten met het voorlezen van een gedicht van Henritte Roland Holst-van der Schalk, "De stilte der natuur", dat volgens mij heel goed kan dienen als metafoor voor het geleidelijk proces van omvorming dat wij door meditatie ondergaan.
  • M.n. het aspect van de stilte die "zacht en ongemerkt naar binnen druppelt", en die uit ons bloed zal drijven "de koorts der stad", is volgens mij een heel mooi beeld van de stilte die door meditatie in ons binnen kan komen, zacht en ongemerkt. Ik denk dat je de term "natuur" in het gedicht van HRH zonder meer zou kunnen vervangen door het woord "meditatie", zonder het gedicht daarmee geweld aan te doen.
  • Hieronder kun je het volledige gedicht van HRH nalezen:

DE STILTE DER NATUUR

De stilte der natuur heeft veel geluiden
en is toch vol van rust voor ziel en zinnen
die druppelt zacht en ongemerkt naar binnen
tot in ons hart een zilv'ren toon gaat luiden
gelijk met haar. Als we dan weer beginnen
te denke' aan wereld-dinge' en ze te duiden
merken we dat een kracht, als die van kruiden
in ons gekome' is en ons kalm doet minnen.

Er zijn nu veel, die dit geluid nooit horen;
zij missen het aandachtige en het tere
als wie als kind geen moeder heeft gehad.

Maar de tijd die komt zal mensen weer leren
gelukkig te zijn onder haar akkoorden
en drijven uit hun bloed de koorts der stad.

HENRITTE ROLAND HOLST - VAN DER SCHALK

LTEN GEBEUREN EN ZO THUIS KOMEN
(24 jan 2000)

  • Vanavond wil ik het hebben over het verband tussen lten gebeuren en thuis komen.

 

  • Als ik het heb over "thuis komen", dan bedoel ik dat in overdrachtelijke zin. "Thuis komen" in de zin van: dat wij worden tot de vrije en niet beknelde mens die wij ten diepste zouden kunnen zijn; dat wij leven als een mens die zijn mogelijkheden ten volle leeft, vrijuit en met volle aandacht.
  • In de traditie van boeddhisme zou men dit volle leven aanduiden met de uitdrukking: "Boeddha worden". Want, zoals jullie waarschijnlijk weten, Boeddha was geen God, maar een levend voorbeeld van hoe ook wij zouden kunnen leven.

 

  • Ik wil het thema van het thuis komen bespreken a.d.h.v. een boeddhistische tekst, de zog. Plaatjes van de os en zijn herder, en dan m.n. het zesde plaatje uit die reeks van in totaal tien plaatjes.
  • Ik heb dit plaatje voor vanavond uitgekozen, niet alleen omdat ik het zo mooi vind, maar vooral omdat het ons vertelt hoe dat is en wat dat betekent: thuis komen, Boeddha worden.

 

  • Maar laat ik vooraf de plaatjes als geheel introduceren. Zij stammen uit het China van de 12e eeuw n.C. De auteur ervan was een zekere meester Kakuan. Hij heeft de plaatjes geschilderd en aan elk plaatje een gedicht toegevoegd. Blijkbaar prikkelden deze plaatjes tot reactie: naderhand voegde een leerling van hem nog een commentaar aan elk plaatje toe en hebben andere Zenmeesters hun eigen gedichten aan dit geheel toegevoegd.

 

  • Je zou kunnen zeggen dat de plaatjes een landkaart bieden van de weg van Zen, en misschien zelfs wel van het geestelijke leven in het algemeen, los van welke religieuze traditie dan ook.

 

  • Maar de plaatjes opvatten als een landkaart roept direct een eerste gevaar op: dat wij de plaatjes lineair opvatten, als een opeenvolging van achter elkaar liggende momenten, als een "meetlat" om langs onze eigen weg te leggen om te bepalen hoe ver wij zelf nu zijn. Misschien dat wij vanuit zo'n opvatting zelfs jaloers zouden kunnen worden op de herder in plaatje VI, die immers al thuis gekomen is, terwijl wij onszelf daar misschien soms zo ver vandaan voelen!
  • Tegenover zo'n opvatting zou ik willen stellen dat de plaatjes veel eerder een circulair proces aanduiden, dat we steeds opnieuw en in misschien steeds andere lagen van ons zijn doorlopen.
  • Toegepast op plaatje VI: misschien zijn er wel meerdere momenten waarop wij thuis komen, waarna we opnieuw aan het oefenen gaan, opnieuw de weg kwijt zijn, opnieuw momenten van thuis komen ervaren, etc. etc.
  • Wel durf ik te stellen dat meditatie momenten van thuis komen waarschijnlijk wat meer mogelijk zal maken, doordat wij er meer open voor staan. Maar daarover later meer.

 

  • Voordien wil ik nog een tweede gevaar aanstippen dat door een lineaire opvatting van de plaatjes opgeroepen wordt: dat wij de weg zien als de verbinding tussen enerzijds een begintoestand van gemis en zoeken en anderzijds een wenselijke eindtoestand waarin wij gevonden hebben en niets meer missen.
  • Hierin zou ook kunnen meespelen dat wij, als wij aan "thuis zijn" of "thuis komen" denken, geneigd zijn die toestand te idealiseren. "Thuis komen", dat klinkt naar geborgenheid, naar warmte, naar veiligheid, en dat des te meer wanneer wij het gemis daaraan ervaren.
  • Zo zouden we kunnen denken dat als wij thuis komen d.m.v. meditatie, d.w.z. "verlicht raken", dat dan alles OK, perfect en heel mooi is.
  • Maar diverse Zenmeesters hebben ons voor deze misvatting gewaarschuwd: thuis komen / verlichting voegt niets extra's toe, laat ons alleen maar zien wat altijd al was en is. Ook een verlichte mens, een mens die thuis gekeerd is, blijft in zijn bestaan toch nog pijn, moeilijkheden en verdriet kennen!

 

  • Voordat ik nu (eindelijk) echt over plaatje VI ga praten wil ik eerst heel kort plaatje I introduceren. Want plaatje I en VI vormen tezamen een soort accolade binnen het geheel van de plaatjes, resp. een "begin" en een "voltooiing" (pas op voor de meetlat !  ;-)  van een eerste omvormingsproces. Plaatje I werpt licht op plaatje VI, en omgekeerd. Ik lees daarom nu een aantal fragmenten uit de teksten bij het eerste plaatje voor:
Uit gedicht no.1:
Eenzaam en alleen, in een eindeloze wildernis, schrijdt de herder door het woekerende gras en zoekt zijn os.
[...] Het lichaam dodelijk vermoeid en het hart vertwijfeld. Toch vindt de zoekende herder geen geleidende richting.
 
Uit het commentaar:
Begeerte naar profijt en angst voor verlies ontbranden als opvlammend vuur, en meningen over juist en onjuist bestrijden elkaar als speerpunten op het slagveld.
 
Uit gedicht no.2:

In het verborgene keer hij weliswaar als gast met de os terug naar huis en heeft hij hem bij de neus -
maar desondanks klinkt zijn gezang zo ontmoedigd onder de bomen langs de waterrand.
  • Kortom, als we de situatie horen zoals de teksten bij het eerste plaatje die beschrijven, dan is de herder wanhopig op zoek naar iets dat zin en richting aan zijn leven kan geven. Hij voelt een wezenlijk tekort dat door niets te vullen lijkt. Hoe wanhopig hij ook zoekt, nergens kan hij de vervulling daarvan vinden. Herkenbaar misschien? Hoe anders klinken dan de teksten bij plaatje VI, waar beschreven wordt hoe de herder terug keert naar huis:

    Uit gedicht no.1:
    De herder keert terug naar huis op de rug van de os, gelaten en vrij.
    In de uitgestrekte avondnevel klinkt wijd en zijd het geluid van zijn fluit.
    Maat na maat en couplet na couplet klinkt de grenzenloze stemming van de herder.

     
    Uit het commentaar:
    De strijd is reeds voorbij. Ook winst en verlies zijn zonder betekenis geworden.

  • Strijd en winst hebben hun betekenis verloren. Hoe anders is de situatie van de herder nu t.ov. die in plaatje I, waar "begeerte naar profijt en angst voor verlies" heftig op elkaar botsten!
  • Misschien dat dat wel een eerste antwoord is op de vraag wat "thuis komen" betekent: dat wij niet meer allerlei voorwaarden aan het bestaan stellen. Voorwaarden vooraf waaraan de omstandigheden, waaraan anderen, waaraan wijzelf moeten voldoen vrdat wij ons er akkoord mee verklaren.
  • De nieuwe levenshouding zou dan zijn dat wij het bestaan nemen zoals het is en zoals het komt: begeerte naar profijt en angst voor verlies hebben hun belang verloren. Dan ben je, zoals dat in de tekst bij dit plaatje heet, een "gelaten en vrij" mens geworden, een mens die al die innerlijke oordelen en voorwaarden los "gelaten" heeft.

 

  • Maar de belangrijkste zin bij de plaatje vind ik toch wel "maat na maat en couplet na couplet klinkt zijn grenzenloze stemming." Ik denk dat deze zin de kern bevat van wat thuis komen volgens de plaatjes betekent.
  • Maten en coupletten, dat heeft te maken met structuur, met beperkingen. Muziek is niet toevallig of chaotisch, maar ontwikkelt en beweegt zich volgens vaste regels. En juist binnen en - in de geest van Zen gezien - waarschijnlijk dnkzij die beperking van maten en coupletten vindt de herder zijn grenzenloze stemming.
  • En daarin zit de hoopgevende boodschap van Zen voor ons: door ja te zeggen op de beperktheden van ons leven, door helemaal op te gaan in het ritme en de mate van ns leven hier en nu, en niet weg te lopen daarvoor en almaar te wachten op een beter leven ooit nog eens, kunnen we deelnemen aan het onbeperkte. Door ja te zeggen op onze lichamelijke en geestelijke beperkingen, de beperktheden van de mensen waarmee we omgaan en de beperkingen van de omstandigheden waarin we leven (bijv.: als ik voor deze levensweg heb gekozen, betekent het dat ik die andere niet tegelijkertijd kan gaan), kunnen wij iets proeven van het eeuwige ["grenzenloze"] n het tijdelijke en beperkte.

DE GODSGEBOORTE HIER EN NU
(19 dec 1999)

  • Vanavond wil ik stil staan bij het thema Kerstmis en de Godsgeboorte. Het feest van Kerstmis geeft mij altijd een heel speciaal gevoel: het is net alsof de tijd anders aanvoelt, alsof de tijd eventjes boven haar normale gang uit wordt getild. Waarom? Misschien omdat Kerstmis bij mij gevoelens van verstilling en van hoop oproept.
  • Ik denk dat meespeelt dat Kerstmis raakt aan een oud verlangen: dat het Licht geboren wordt in deze wereld, en dat het Licht het laatste woord zal hebben, ook temidden van duisternis.
  • Misschien zijn wij extra gevoelig voor die hoop en dat verlangen in de donkerste tijd van het jaar, waarop de dagen op hun kortst zijn en het licht schaars is. En misschien dat ook meespeelt dat wij op het eind van het jaar de balans opmaken van al wat vooraf ging, om ons te bezinnen op dat waar het werkelijk op aan komt.
  • Het verlangen naar Licht wordt nog eens verscherpt door alle leed dat wij ervaren; leed dat van buiten via de tv binnenkomt en leed dat wij in ons persoonlijke leven hebben ervaren.
  • Misschien dat Kerstmis de hoop voedt dat: aids, kanker, oorlogen, natuurrampen; persoonlijke teleurstellingen in situaties en mensen, schuldgevoelens, gevoelens van tekort geschoten zijn, dat al die negatieve dingen niet het laatste woord zullen hebben.

 

  • Maar als wij dit aan Kerstmis kunnen beleven, dan is het wel jammer dat we dit maar n keer per jaar vieren! Hierover nadenkend, moest ik denken aan het thema van de Godsgeboorte in de christelijk mystieke traditie. In die traditie durft men namelijk te stellen dat de geboorte van God, van het Licht, niet eenmalig, ooit toen en daar, gebeurd is, maar elk moment opnieuw kan geschieden in ons hart, wanneer wij daarvoor open staan. Maar hoe dan, en wanneer?
  • Deze geboorte kan op die momenten geschieden - zo zegt de mystieke traditie - waarin wij even aan onszelf ontstijgen, onthecht raken van onszelf, wanneer wij niet meer allerlei voorwaarden stellen aan het bestaan, aan andere mensen, aan God, hoe zij er zouden moeten zijn voor ons. De Godsgeboorte in ons gebeurt op die momenten waarop wij niet meer bezig zijn met onze rekensommetjes en commentaren bij de werkelijkheid. Zoals Meister Eckhart, de Middeleeuwse mysticus, het uitdrukt:

De Godsgeboorte kan pas dn gebeuren "als de mens [...] even leeg en vrij is als God zelf."

  • En is dat nu juist niet waar het ons in de meditatie om gaat: dat wij ons open proberen te stellen voor het Licht, voor God of het Goddelijke? Dat wij leeg willen worden van onszelf, opdat er ruimte komt voor de geboorte van het Goddelijke in ons?

 

  • Ik wil afsluiten met een gedicht van P.N. van Eyck dat volgens mij zo'n ervaring van innerlijke Godsgeboorte beschrijft, ook al komt dit woord er als zodanig niet in voor. Dit gedicht laat zien hoe iemand vanuit deze ervaring de werkelijkheid in een ander Licht gaat zien, en daar anders in gaat staan.

GIJ ZIJT MIJ OVERAL NABIJ.
In ieder ding; gij ziet naar mij,

Of ik u aanzie en herken,
En, een met u, gelukkig ben.

Wel blijf ik dikwijls blind voor u
En reis ik ver van hier en nu,

Of ergens 't veilig eiland is
Waar 'k troost of slaap vind voor gemis.

Maar soms ben 'k onverwacht weer thuis.
Gij roept mij zachtjes. In 't geruis

Van wind en blaren langs het raam
Hoor ik de fluistring van mijn naam,

Of in een glinstering van 't licht
Zie ik uw wachtend aangezicht.

Als ik dan schuchter tot u kom,
Wordt het zo wonder-stil rondom,

Zo vreemd en wonder-stil in mij,
Dan is er enkel ik en gij,

Neen, gij alleen en wat gij zijt:
Mijn eind van menigvuldigheid,

Mijn oorsprong waar ik ongedeerd
In liefde ben weergekeerd

Maar dan, ontwaakt tot de oude droom,
Hoor ik de wind weer in de boom,

En zie de kleine dingen aan,
Die stil en ernstig voor mij staan,

Verzonken in hun eigen rust.
Zo, van ons diep verband bewust,

Heb ik hen lief en hoor tot hen,
Met wie 'k in u gelukkig ben,

En tot die nieuwe zin gewijd
Wordt al wat is nu werkelijkheid.

P.N. VAN EYCK

JEZELF HER-INNER-EN
(1 nov 1999)

  • Ik wil eerst even terugkomen op het Centrerend Gebed (CG), omdat ik de vorige keer ben vergeten te vertellen wat dat inhoudt. In dit gebed centreer je jezelf rondom de intentie om je voor God open te stellen. Volgens mij is een essentieel verschil tussen meer boeddhistische meditatievormen en het CG het verschil tussen respectievelijk attentie (aandacht) en intentie (gerichtheid). Tijdens CG wordt er een zog. "sacraal woord" (een eenvoudige mantra van hooguit 2 3 lettergrepen, liefst met een donkere klank; bijv. het Engelse "God" of "Love") gebruikt om je intentie om je open te stellen voor God uit te drukken. Dit sacrale woord is geen techniek, maar een voertuig voor jouw intentie. (Voor meer info over het CG, zie deze pagina)

 

  • Eigenlijk ga ik het vandaag opnieuw over centreren hebben, maar dan in de vorm van her-inner-ing. Herinnering moet je hierbij niet opvatten in de zin van terugkijken, maar in de zin van her-inner-lijken, je iets opnieuw innerlijk eigen maken, iets opnieuw in jouw innerlijk te binnen brengen.
  • In christelijke traditie werd deze geestelijke vorm van herinnering ook wel aangeduid met de term "memoria dei", de herinnering Gods. Dit hield in dat je tijdens je leven van alledag de aanwezigheid Gods steeds opnieuw bewust voor ogen probeerde te houden, die te her-inner-en, waar je ook was en wat je ook deed.
  • Nu is het spreken over de aanwezigheid van God een gevaarlijke bezigheid; velen van ons hebben immers nog herinneringen aan dat strenge oog in een driehoek getekend, het oog van God dat alles zag en misstappen onmiddelijk bestrafte. Maar als ik het hier heb over de aanwezigheid Gods, dan staat mij daarbij niet een controlerende en straffende werkelijkheid voor ogen! Als je merkt dat je moeite hebt met deze herinnering aan de aanwezigheid van God, laat dan vooral dit beeld vallen! Straks zal ik ook nog een voorbeeld van her-inner-ing uit de boeddhistische traditie geven; misschien dat dat je meer aanspreekt. Laat ik hier nu alleen nog zeggen dat ik met de aanwezigheid van God een begunstigende, weldadige werkelijkheid probeer aan te duiden, een werkelijkheid die ons geneest, heelt en verbindt met elkaar en met het grotere geheel. Dat is heel wat anders dan dat strenge oog in de driehoek...

 

  • Ik zal dus vanavond twee teksten laten klinken, n uit de christelijke traditie, en n uit die van Zen.
        Om te beginnen lees ik jullie een tekst van Diadochus van Photice [bisschop en theoloog uit 5e eeuw n.C.] voor, die veel praten - we mogen dit ook zien als een beeld voor het voortdurende analyseren, labelen en be/ver-oordelen dat zich afspeelt in ons hoofd - en de gevolgen daarvan contrasteert met het beoefenen van zwijgzaamheid en de innerlijke krachtbron die dat laatste ons oplevert.
Iemand die veel praat is als een heet bad, waarbij men de deur heeft opengezet; net zoals dat bad snel koud zal worden, verliest zijn ziel al snel de her-inner-ing aan God [memoria Dei] en de goede gedachten. Voortaan is hij onbeschermd tegen de veelheid van indrukken van buitenaf, omdat hij de de innerlijke gloed [letterlijk staat er: H. Geest; AP], die hem daartegen beschermen kan, verloren heeft.
  • Waarom heb ik deze tekst gekozen? Ik denk dat hij een mooi beeld geeft voor wat ons in het dagelijkse leven vaak gebeurt: dat ze z in beslag genomen worden door alle prikkels en alle taken die op ons afkomen, dat onze aandacht bij dat alles verslapt. Zij vervluchtigt als warmte die uit de open deuren en ramen van een badkamer naar buiten weglekt. Als dit proces van weglekken van aandacht lang doorgaat, lopen we zelfs het risico (het contact met) onszelf daarbij kwijt te raken!
  • Wat wij vanavond op een meditatie-avond zoals deze doen, is de deuren van de badkamer sluiten en proberen de warmte van de aandacht opnieuw te versterken en wat langer vast te houden voor naderhand.
  • Vanuit het voorgaande kan deze gedachte misschien behulpzaam zijn bij de meditatie: sta stil bij, her-inner je vanuit welke Bron je leeft...

 

  • Maar ik had ook een voorbeeld uit boeddhistische traditie beloofd. In deze traditie neemt her-inner-ing de vorm aan van je opnieuw vestigen in je ware wezen, dat wezen tot uitdrukking brengen. Het middel tot deze vorm van her-inner-ing is de aandacht: zodra wij aandachtig leven, opgaan in wat wij hier en nu doen, op dat moment lven wij onze ware (Boeddha)natuur, voorbij aan woorden en daarin ook nooit te vatten. Deze her-inner-ing kan en moet op elk moment opnieuw voltrokken en geleefd worden.
  • Ik wil nu graag een kleine anecdote uit de traditie van Zen vertellen, welke mij altijd erg aangesproken heeft. De anecdote betreft een Zenmonnik, waarvan ik helaas de naam niet meer heb kunnen achterhalen. Daarom noem ik hem hier voor het gemak maar Takuan.
Er was eens een boeddhistische monnik, Takuan, die de gewoonte had zichzelf toe te spreken als hij ergens aan het wandelen, of een bepaalde activiteit aan het verrichten was. Hij stelde zichzelf dan de vraag: "Takuan, ben je er nog?", waarna hij zichzelf antwoordde: "Ja, ik ben er nog!" Zo riep Takuan zichzelf steeds opnieuw tot her-inner-ing van zijn ware wezen.
  • Ik vind dit een heerlijke oefening om te doen wanneer ik ergens aan het wandelen ben, en wat wegzak in dagdromen - niet dat daar iets mis mee is! -: "Alex, ben je er nog?" "Ja, ik ben er nog!" Zo roep ik mezelf opnieuw tot aandacht voor bijv. de natuur die rondom mij heen hier en nu genoten kan worden.
  • En misschien kan dit voor ons vanavond ook een mooie oefening zijn: dat wij, wanneer onze aandacht verslapt, onszelf opnieuw her-inner-en met de vraag: "Ben je er nog?", in de geest van Takuan.

 

  • PS: Herinnering in meestal gebruikte betekenis van je het verleden voor de geest halen kan ook tot memoria dei worden, namelijk in de zin dat wij vaak pas in het omzien naar de dingen die gebeurd zijn in ons leven - de gebeurtenissen die wij meemaakten en de mensen die wij ontmoetten - ons bewust worden van de voortdurende aanwezigheid van het God / het Goddelijke op de achtergrond daarvan.

AFDALEN NAAR HET CENTRUM VAN DE METRONOOM
(21 sep 1999)

  • Beginnen met voorstellen. Eigen achtergrond: theoloog, Zen, Centering Prayer / Centrerend Gebed (centreren rond de gerichtheid op God) =>  Centreren, daar wil ik over praten
  • Centreren is namelijk volgens mij niet alleen van belang in Centrerend Gebed, maar in lle vormen van meditatie.
  • Voorbeelden van vormen van meditatie: Centreren in je lichaam, centreren in je adem, centreren in je ware zelf (voorbij aan woorden).
  • Centreren tegenpool van: aan de oppervlakte leven. Heen en weer geslingerd worden door de dingen die er rondom je gebeuren, daar met huid en haar aan overgeleverd zijn. Geleefd worden. Tegenbeweging: onthaasting.

 

  • Als je probeert te mediteren, te centreren, zul je merken: Centreren is niet gemakkelijk, er zijn vele dingen die ons uit het lood/uit centrum slaan. Voortdurend op sleeptouw genomen worden door gedachten, gevoelens en denkbeelden.

 

  • Nadenkend borrelde in mij een beeld op voor deze spanning tussen in je centrum zijn en uit het centrum raken, namelijk het beeld van een tikkende metronoom. Heen en weer slingeren op de beweging van onze emoties (e-movere!?) en gedachten / denkbeelden.
  • Maar een metronoom heeft ook een stil centrum, een draaipunt vanwaar uit de beweging voortkomt. Doel van meditatie: in het stille centrum van de metronoom komen. A.h.w. afdalen naar centrum, "steeds lager op het aanwijsstokje van de metronoom komen", zodat je minder ver heen en weer geslingerd wordt.

 

  • Hoe: door waarnemer te worden, i.p.v. heen en weer geslingerd door gevoelens etc., omdat je je ermee identificeert.

 

  • Gevolgen centreren: misschien slingerbewegingen van gedachten en gevoel niet meer zo heftig en abrupt. Je zit dan dus lager in het stokje van de metronoom: de uitslag ervan - d.w.z. doorwerking en heftigheid - is dan minder groot geworden.

 

  • P.S. no.1: Misvatting van vele mensen: dat je tijdens meditatie de slinger stil moet zetten ("ik moet leeg worden, geen gedachten hebben als ik mediteer"). Maar zolang er leven is, tikt de metronoom van onze gedachten en gevoelens door!
  • P.S. no.2: Misschien hebben we wel niet slechts n metronoom in ons, maar vele metronomen, die allemaal tikken op verschillende ritmes en melodietjes (onrust, denk- en gevoelspatronen).

 

  • Wordt je door zo te oefenen een supermens, door niets meer uit zijn evenwicht te brengen? Nee, de metronoom blijft in beweging, en de slinger reageert nog steeds op aanraking: nog steeds pijn etc.
  • Maar misschien gaan we niet alleen een vermindering ervaren (minder heftige gevoelens etc.), maar ook iets nieuws en anders dat daarvoor in de plaats komt: vrede, stilte, dankbaarheid, misschien zelfs vreugde. Gevoelens die er zomaar zijn, los van omstandigheden, zonder waarom.

 

  • Voorbeelden:
    1) dat je zit en pijn hebt, en toch je diep rustig of dankbaar voelt;
    2) Voordat je begint aan de meditatie helemaal opgaan in bepaald gevoel (e.g. onrust, woede, vooruitkijken) dat je maar niet los kunt laten, en dan valt het tijdens meditatie van je af, daalt er vrede neer.

 

  • Deze vrede is de doorwerking of uitstraling van het stille centrum van de metronoom.
  • Misschien dit bij regelmatig oefenen die vrede ook wat meer in je dagelijks leven gaan ervaren.

 

  • Dat is onze opgave tijdens meditatie en in leven: steeds meer afdalen in de richting van het stille draaipunt van metronoom, zodat we niet meer totaal afhankelijk van gebeurtenissen, stemmingen, etc. zijn.

 

  • Ter afsluiting voorbeeld van iemand die ervaring heeft met proces van afdalen naar centrum van het metronoom, de moeite en de vruchten daarvan: Isaac van Niniv [Syrische woestijnmonnik, 7e eeuw n.C.].
     
    Dat wij vanavond of in ons dagelijks leven iets van die vruchten van centreren ervaren mogen, wens ik ons allemaal toe!

"Heb de stilte lief boven alle dingen: zij zal je een vrucht aandragen die in woorden onmogelijk beschreven kan worden. In het begin zijn wij het, die onszelf dwingen te zwijgen. Maar vervolgens groeit er uit ons zwijgen iets dat ons tot het zwijgen aantrekt. Dat God je het gevoel mag schenken van dat iets, dat uit de stilte geboren wordt!"

Deze pagina werd voor het laatst ververst op: donderdag 13 januari 2005.

Vorige Omhoog Volgende