Rondom het thema "Mystiek"

  • Een mooiere uitvoering van deze pagina is te vinden op wwwZinRijk.nl.
  • Reacties en suggesties voor deze pagina kun je kwijt via het gastenboek of rechtstreeks bij mij (alex.pot@spiritualiteit.net). 
  • Teksten die jij op deze pagina vindt horen kun je mij opsturen via het inzendformulier. 
  • Tip: Bekijk ook eens de samenvatting van Evelyn Underhill's klassieker Mysticism elders op deze homepage, of misschien de Engelstalige appendix van dat boek, over de geschiedenis van de mystiek in het Westen, die ik opgenomen heb op deze pagina. 

 

Op deze pagina vind je de volgende onderwerpen ('nieuwe' teksten zijn gemarkeerd met het ikoon Nieuw !):

 

WB01468_.gif (7370 bytes)

 

WB01468_.gif (7370 bytes)

 

Mystieke teksten

  • Zie elders op deze site voor de visie van godsdienstpsycholoog Jan Weima op de plaats van de mystiek binnen het kader van de religieuze ervaring in het algemeen.
  • Voor een prachtige collectie van klassieke mystieke teksten (in het Engels) op het Internet, ga naar de Christian Classics Ethereal Library.
  • Voor een overzicht van de geschiedenis van de mystiek en de namen daarin (inclusief links), ga naar Who's Who in the History of Mysticism door professor Bruce B. Janz. Maar je kunt ook op deze homepage mijn samenvatting van Evelyn Underhill's boek Mysticism bekijken, of m.n. haar overzicht (Engelstalig) van de geschiedenis van de Westerse mystiek.
  • Elders op mijn homepage, op de Engelstalige pagina, kun je een selectie vinden van de mystieke gedichten van de Middeleeuwse Soefi-mysticus Rumi.

 

WB01468_.gif (7370 bytes)

 

AUGUSTINUS BAKER (1575 - 1641): DE OCEAAN DIE DE GODHEID IS

  • Geciteerd in: W. Jäger, 'De mystieke weg: traditie en ervaring', Nijmegen 1984, pag.26-7. Vergelijk deze tekst eens met een gedicht van de Soefi-mysticus Rumi lager op deze pagina.

Zo is voor de zielen, voor wie alle andere, vooral de zinnelijke dingen te eng en ongeschikt zijn, de godheid het oneindige, diepe middelpunt of rustplaats. De godheid is het eigenlijke, onmetelijke element, waarin de ziel leven, en zelfs eeuwig leven vinden kan. Maar buiten dit element is zij als een walvis die in een beek gestrand is: het grote schepsel heeft geen plaats om te zwemmen en te duiken. Daarom verlangt het voortdurend naar de oceaan, die vanwege zijn diepte en breedte in staat is haar en miljoenen anderen op te nemen. Hier stoten deze ongelooflijke schepsels op geen grond, kunnen zwemmen zoveel als ze willen en lopen geen enkel gevaar. Want hier zijn ze in hun element, als in hun eigen rijk. Zo verlangt de beschouwelijke ziel, krachtens haar aandrift, gestadig naar haar middelpunt en element, de eenvoudige godheid. Ze dorst naar de weidsheid en oneindigheid van God, alleen daarin kan ze haar vervulling en zekerheid vinden.

 

voeten.gif (7370 bytes)

 

ELIZABETH BARRETT BROWNING (1806-61): BRANDEND BRAAMBOS

  • Gevonden in het prachtige citatenboek van Paul Harris (ed.), The Fire of Silence and Stillness. An Anthology of Quotations for the Spiritual Journey, Londen 1995, ISBN 0-232-52118-2.

De aarde zit boordevol hemel
en elke struik, hoe gewoon ook,
staat in lichterlaaie van God.
Maar enkel hij die het ziet
doet zijn schoenen uit.
De rest zit er omheen
en plukt bramen.

 

voeten.gif (7370 bytes)

 

BERNARDUS VAN CLAIRVAUX (1090 - 1153):
HET WOORD IS MEERMALEN IN MIJ BINNENGETREDEN

  • In preek 74, n.a.v. het Hooglied, met als thema: 'Keer terug, mijn Geliefde, en doe als een gazel en het jong van een hert op de bergen van Betel (2:17)'. De onderstaande tekst is te vinden in enige volledige nederlandse uitg. in stencil-vorm van B's werken door de Trappisten van Tilburg, in 6 banden; dl. 4, pag.437-8.

Maar verdraagt nu eens een weinig onverstand van mij (2 Kor. 11:1). Ik wil verklaren - zoals ik dat heb beloofd - hoe het mij gaat in die dingen. Het dient wel tot niets. Maar ik wil mijzelf toch laten zien om uw bestwil, en, mocht gij ermee gebaat zijn, dan zal ik mijn onverstand voor lief nemen; zo niet, dan zal ik mijn onverstand opbiechten.
       Ik beken het: Ook tot mij is het Woord gekomen - ik spreek in onverstand - en meermalen. En ofschoon Het vaak bij mij is binnengetreden, heb ik niet een enkele maal gevoeld dat Het binnentrad. Ik voelde dat Het er was, ik wist dat Het er geweest is, soms kon ik Zijn komst voorvoelen, maar nooit voelen, en ook Zijn heengaan niet. Want vanwaar Het gekomen was in mijn ziel, waarlangs Het binnentrad of wegging, dat beken ik ook nu nog niet te weten; naar het woord: 'Gij weet niet, vanwaar Hij komt en waarheen Hij gaat' (Joh. 3:8). En geen wonder, want tot dit Woord werd gezegd: 'En uw voetsporen zullen niet gekend worden' (Ps. 77:20).
       Zeker is Het niet binnengekomen door mijn ogen, want kleur heeft Het niet; ook niet door mijn oren, want geluid heeft Het niet; noch door mijn neus, want Het vervult niet de lucht maar de geest, en Het geeft ook niet een geur aan de lucht, maar heeft ze geschapen; Het komt ook niet door mijn keel, want Het wordt niet opgeslokt of verzwolgen; ook heb ik Het niet op de tast gevonden, want Het is niet tastbaar. Langs waar is Het dan binnengetreden? Of is Het misschien wel niet binnengetreden, omdat Het niet van buiten kwam? Het is immers niet een of ander iets van de dingen die buiten ons zijn. Anderzijds kwam Het ook niet uit mijn binnenste, want Het is goed, en ik weet dat er niets goeds in mij is. Ik ben ook opgestegen tot wat het hoogste is in mij, en zie, het Woord was hierboven verheven. Ook tot wat het diepste in mij is ben ik als een ijverig verkenner afgedaald, en niettemin werd Het nog dieper bevonden. Keek ik naar buiten, Het bleek buiten als wat het verst buiten mij is te zijn; richtte ik mijn blik naar binnen, dan was het Woord inwendiger dan mijn binnenste. En ik begreep hoe wáár het was wat ik had gelezen: 'in Hem leven wij, bewegen wij ons en zijn wij' (Hand. 17:28). Maar zalig is hij, in wie het Woord is, die voor het Woord leeft, die door het Woord bewogen wordt.
       Vraagt ge nu, daar Zijn wegen zo geheel onnaspeurlijk zijn (Rom. 11:33), hoe ik dan weet dat het Woord aanwezig is? Het is levend en krachtig (Hebr. 4:12) en zodra Het is binnengekomen heeft Het mijn sluimerende ziel gewekt, mijn hart bewogen, week gemaakt en gewond, want het was hard en van steen en vol onverstand. Het Woord begon ook uit te rukken en af te breken, te bouwen en te planten, het dorre te besproeien, het duistere te verlichten, het geslotene te openen, het koele te ontvlammen en het kromme recht, het ruwe tot effen weg te maken, zodat mijn ziel de Heer zegende, en heel mijn binnenste Zijn heilige naam.
       Terwijl nu aldus de Goddelijke Bruidegom meer dan eens bij mij binnentrad, heeft Hij nooit door een enkel teken Zijn binnenkomen verraden; niet door enig woord, door een verschijning of het geluid van Zijn gang. Kortom, geen van Zijn bewegingen deed mij Hem gewaarworden, door geen van mijn zinnen sloop Hij bij mij binnen: alleen uit de bewogenheid van hart, zoals ik al zei, heb ik Zijn aanwezigheid begrepen, uit het wijken van de boze neigingen en het bedwingen van de vleselijke aandoeningen bemerkte ik de macht van Zijn kracht, uit het opsporen of terechtwijzen van mijn verborgen fouten bewonderde ik de diepte van Zijn wijsheid, uit de verbetering van mijn leven, hoe gering ook, ervoer ik de goedheid van Zijn zachtmoedigheid, uit de omvorming en vernieuwing van mijn geestelijk denken, dat is van mijn inwendige mens, besefte ik iets van de schittering van Zijn schoonheid, en uit de beschouwing van dit alles samen beving mij een huiver voor Zijn geweldige grootheid. Maar omdat dit alles, zodra het Woord geweken is - gelijk het gaat als men onder een kokende ketel het vuur weghaalt -, dadelijk terugvalt in lamme lauwheid en kilheid, en dit mij een teken is van Zijn heengaan, moet mijn ziel wel bedroefd zijn, totdat Het weer terugkeert en mijn hart als tevoren weer ontgloeit in mijn binnenste; en dit duidt op Zijn terugkeer. Wat wonder, als ook ik, na dergelijke ervaringen met het Woord, die woorden van de bruid tot de mijne maak, waarmee zij Hem, als Hij zich verwijderd heeft, terugroept. Ik word toch gedreven, zij het niet door een gelijk, dan toch door een enigszins daarop gelijkend verlangen.

 

voeten.gif (7370 bytes)

 

LOUIS DUPRÉ: GOD LIEFHEBBEN IN ELK SCHEPSEL

  • Onderstaande tekst is een parafrase door mij op een tekst van Louis Dupre in 'Licht uit Licht. Een inleiding in de christelijke mystiek', Amsterdam 1983, pag.59. Dit boekje is een echte aanrader, maar helaas waarschijnlijk enkel nog tweedehands verkrijgbaar.
       Zijn tekst deed mij denken aan een interview met een directeur - van een bank of een andere onderneming, dat weet ik niet meer zo precies -, die vertelde dat hij - geïnspireerd door de gastvrijheid in de Benedictijnse spiritualiteit - elke klant of gast die bij hem op bezoek kwam eerbiedig verwelkomde, want zo'n persoon zou wel eens Christus in vermomming kunnen zijn...

De meeste mensen die Christus proberen te beminnen in ieder schepsel, zoeken naar overeenkomsten en zichtbare tekenen. Maar als we zo zoeken raken we snel teleurgesteld; er zijn immers maar weinig mensen die lijken op of doen zoals Christus. Maar dat is niet de manier van kijken van de geestelijke mens. Zo'n mens ziet in elke mens hetzelfde goddelijke leven aanwezig dat in Christus in volheid aanwezig was.

 

voeten.gif (7370 bytes)

 

MEISTER ECKHART (ca. 1260 - 1328): GODS OOG EN ONS OOG ZIJN ÉÉN

Het oog waarin ik God zie, is hetzelfde oog waarin God mij ziet. Mijn oog en Gods oog, dat is één oog en één zien en één liefhebben.

 

 

voeten.gif (7370 bytes)

 

MEISTER ECKHART: DE SCHAT IN DE AKKER

  • Geciteerd in: W. Jäger, 'De mystieke weg: traditie en ervaring', Nijmegen 1984, pag.45-6.

Als een meester een beeld maakt uit hout of steen, dan brengt hij het beeld niet in het hout, maar snijdt hij het overtollige hout weg dat het beeld verborgen en bedekt houdt, hij gééft het hout niets, maar hij graaft de korst ervan af en neemt de roest weg, en dan glanst op wat daaronder verborgen lag. Dit is de schat die verborgen lag in de akker, zoals onze Heer in het evangelie zegt (Mt.13:44).

 

 

voeten.gif (7370 bytes)

 

MEISTER ECKHART: ZIJN VS. DOEN

De mensen zouden niet zo veel moeten nadenken over wat ze moeten doen; ze zouden veel meer moeten nadenken over wat zij zijn. Zouden zij goed zijn en zou hun levenswijze goed zijn, dan zouden zij licht uistralen, en dan zou er een heerlijk licht uitgaan van al hun werken. Als je rechtvaardig bent, dan is ook wat je doet rechtvaardig. Denk niet dat je heiligheid kunt grondvesten op daden; veeleer groeit heiligheid uit de grond van je hele wezen. Want niet de daden heiligen ons, maar wij moeten de daden heiligen.

 

 

voeten.gif (7370 bytes)

 

MEISTER ECKHART: DE BEDOELING VAN GODS GESCHENKEN

  • Vertaling van: "Meister Eckhart, a Modern Translation", Translated by Raymond Blakney, New York, Harper & Row 1941, pag.32.

Met al Zijn geschenken heeft God maar één doel op het oog: ons voorbereiden op het Geschenk dat Hij zelf is. En al Zijn werken - al het werk dat Hij ooit verrichtte in de hemel of op aarde - verrichtte hij alleen maar om dit nog hogere doel te verwezenlijken: dat ons geluk volmaakt zou worden. Daarom, zeg ik, moeten wij leren om voorbij en doorheen het geschonkene en voorbij en doorheen de gebeurtenissen naar God zelf te kijken, en nooit tevreden te zijn met het ding op zichzelf. Er is geen eindpunt in dit leven [waar God zou ophouden ons te verrassen met nieuwe geschenken; AP] - nee, noch was zo'n eindstation er ooit voor wie dan ook, hoe ver hij of zij ook gereisd zou mogen hebben. Sta daarom boven alles elk moment open voor de geschenken van God en wees altijd bereid om weer nieuwe geschenken van Hem te ontvangen.

 

 

voeten.gif (7370 bytes)

 

EFRAÏM DE SYRIËR (ca. 306 - 373): GOD DICHTBIJ ÉN VERAF

Op wonderlijke wijze bent U overal dicht bij ons;
U werkt in ons, Heer, en U blijft verborgen.
U bent daar in de hoogte en de hoogte voelt U niet;
U bent daar in de diepte
en de diepte kan U niet omvatten.
U bent ongrijpbaar als wij U zoeken.
U bent dichtbij én veraf.
Wie kan U bereiken?
Ons denken en onze zintuigen raken U niet:
alleen in geloof, liefde en gebed
komen wij U nader.

 

 

voeten.gif (7370 bytes)

 

GREGORIUS VAN NAZIANZE (329/30 - 390): O GIJ, ALLES VOORBIJ

  • Gevonden in: J. Streng, Voorbij het denken. Verkenningen in de westerse mystiek, Baarn 19822, pag.62-63.

O Gij, alles voorbij,
hoe u anders noemen?

Hoe kunnen woorden u prijzen:
Gij die door geen woord te zeggen zijt.
Hoe kunnen gedachten u bereiken,
Gij die door geen denken te grijpen zijt.

Gij, Enige, Onuitsprekelijke,
alwat gezegd wordt komt van U.
Gij, Enige, Onkenbare,
alwat gekend wordt komt van U.

Alwat spreekt en alwat niet spreekt, prijst u.
Alwat denkt en alwat niet denkt, eert u.
Hunkeringen overal, barensweeën overal,
alles reikhalst naar U, alles bidt tot U,
terwijl al wat uw geheim doorgrondt
een lied vol stilte zingt.

Bij U alleen blijft alles bewaard,
op U hoopt alles,
Gij zijt het doel van alles
Gij zijt één
Gij zijt alles
Gij zijt niemand
Gij zijt geen een
Gij zijt niet alles.

O Gij die alle namen draagt
Hoe zal ik U noemen?
Gij Enige Onnoembare
Welke hemelgeest dringt door
tot het bovenste wolkendek?

Wees mij genadig,
O Gij alles voorbij.
Hoe U anders bezingen?

 

 

voeten.gif (7370 bytes)

 

GREGORIUS VAN NYSSA (331/40 - ca.395): GODS EINDELOOSHEID

  • Vrij vertaald uit: E. O'Brien, 'Varieties of Mystic Experience', New York/Toronto/Londen 1965, pag.47.

Om dit idee (dat wat de ziel wèl van God weet verre overtroffen wordt door datgene wat zij niet weet) een beetje helderder te maken, zal ik het illustreren met een vergelijking. Het is net alsof je die bron ziet waarvan de Schrift ons vertelt dat zij in het begin der tijden in zulke hoeveelheden stroomde, dat zij het hele oppervlak van de aarde met water bedekte (Gen. 2:10vv). Als je die bron zou naderen, zou je verwonderd raken, wanneer je zag dat het water eindeloos was, zonder ophouden opwellend en uitstromend. Toch zou je nooit kunnen zeggen dat je ál het water gezien had. Hoe zou je immers het water kunnen zien dat nog in de aarde verborgen was? Daarom, hoe lang je ook bij de bron mocht blijven, je zou altijd nog maar net beginnen het water te zien. Want het water houdt nooit op met stromen, en het begint steeds opnieuw op te wellen.
       Hetzelfde is het geval met iemand die de oneindige schoonheid van God schouwt. Hij zal die schoonheid voortdurend opnieuw ontdekken, en altijd zien als iets nieuws en wonderbaarlijks in vergelijking met dat wat hij reeds eerder gezien had.

 

 

voeten.gif (7370 bytes)

 

HADEWIJCH: HET ZOETSTE IN MINNE ZIJN HAAR STORMEN

  • Hadewijch, Mengeldichten of rijmbrieven. Hertaald door M. Ortmanns-Cornet, ingeleid door W. Corsmit, Brugge 1988, pag.44.

Het zoetste in Minne zijn haar stormen
in haar diepste afgrond liggen haar hoogste vormen;
in haar verdolen is bij haar vertoeven,
naar haar hongeren is zich voeden, haar proeven;
om haar vertwijfelen is zeker wezen;
haar scherpste wonden doen genezen;
om haar vergaan is verder leven;
als zij verzwindt blijft zij zich geven;
haar te ontberen doet ons goed;
verborgen verlicht zij ons gemoed;
in haar nemen schuilt haar schenken;
woordeloos zijn haar mooiste wenken;
door haar geboeid zijn we bevrijd;
hoe zij ook slaat, zij troost altijd

 

 

voeten.gif (7370 bytes)

 

THE PARABLE OF THE PELGRIM

  • "The Parable of the Pelgrim" is een beschrijving van het geestelijke leven, geschreven door de Karthuizer Walter Hilton (gestorven 1396). Omdat ik deze tekst (nog?) niet vertaald heb, heb ik hem verplaatst naar de Engelstalige pagina.

 

 

voeten.gif (7370 bytes)

 

HONORIUS VAN AUTUN: HARMONIE DER TEGENSTELLINGEN

  • Honorius schreef deze tekst (die ik vond in het boek "Original Blessing" van Matthew Fox) in 1125.

Alles in Gods schepping geeft wie ernaar kijkt groot genoegen. Want sommige dingen, bijv. bloemen, zijn mooi om te zien; andere dingen, bijv. kruiden, bieden genezing; weer andere dingen, bijv. de oogst, kunnen dienen als voedsel; en er zijn ook schepselen, bijv. slangen en vogels, vol diepere symboliek... De grote Kunstenaar heeft het universum geschapen als een prachtige cyther, en door op de snaren daarvan te spelen riep hij heel diverse geluiden in het leven... Een harmonieus akkoord klinkt op uit [het samenspel van] geest en lichaam, engel en duivel, hemel en hel, vuur en water, lucht en aarde, zoet en zuur, zacht en hard, en op dezelfde manier worden ook alle andere dingen in harmonie met elkaar gebracht.

 

voeten.gif (7370 bytes)

 

JAN LUYKEN (1649-1712): UYT DER DIEPTEN QUAMT GY UYTWAARTS DRINGEN

  • Uit: V. van Vriesland, Spiegel van de Nederlandse poëzie, I, Amsterdam 1965, pag.342

Ick meende oock de Godheyt woonde verre,
In ene troon, hoogh boven maen en sterre,
En heften menighmael myn oogh
Met diep versuchten naer om hoogh;
Maer toen ghy u beliefden t'openbaren,
Toen sagh ick niets van boven nedervaren;
Maer in den grondt van myn gemoet,
Daer wiert het lieflyck ende soet
Daer quamt ghy uyt der diepten uytwaarts dringen.
En, als een bron, myn dorstigh hart bespringen,
Soo dat ick u, ô Godt! bevondt,
Te zyn den grondt van mynen grondt.
Dies ben ick bly dat ghy myn hoogh beminden,
My nader zyt dan al myn naeste vrinden.
Was nu alle ongelykheyt voort,
En 't herte reyn gelyck het hoort,
Geen hooghte, noch geen diepte sou ons scheyden,
Ick smolt in Godt, myn lief; wy wierden beyde
Een geest, een hemels vlees en bloedt,
De wesentheyt van Godts gemoedt,
Dat moet geschien. Och help getrouwe Heere,
Dat wy ons gantsch in uwen wille keeren.

 

voeten.gif (7370 bytes)

 

PIETER VAN DER MEER DE WALCHEREN (osb): ALLES IS LIEFDE

  • Gedicht "samengesteld" door Lovis van den Boom. Toelichting door Lovis:
    Naar aanleiding van het boek: "Vriend Pieter" van Albert Helman (uitg. N.V. Orbis, Antwerpen-Beveren) over het leven van Pieter van der Meer de Walcheren maakte ik (letterlijk) een gedicht: "Alles is Liefde". Eigenlijk is het een bewerkt samenraapsel van negen citaten uit dat boek, terwijl de titel ontleend is aan een boek van Pieter van der Meer. Het aardige is dat het gedicht associaties oproept met het gedicht "Le secret" van Thomas Merton, waarvan ik indertijd een hertaling maakte voor "Mertonvrienden", en het gedicht van Juan de la Cruz: "Ik ging binnen waar ik niet wist", waarvan ik eveneens een eigen-zinnige hertaling maakte.

Alles is Liefde
 
(In memoriam Pieter van der Meer)
 
Het geloof reikt als de
zwarte, naakte rotsen van
het Andes-gebergte naar
God's onbereikbaarheid.

De zon gaat onder
in wonderlijke stilte
en alles rilt van leven.

De geest brandt als een
donkere, zwarte vlam
een alles verterend vuur
zonder een sprankje licht.

Als vurige bourgogne
doorgloeit God's liefde
alles wat er - even - is.

Zo heb ik het mysterie
van het lichaam ontdekt:
het is de kosmos, doorlicht
van zwart goddelijk vuur.

Nu dans ik mijn weg
- zo heerlijk en vrij -
langs verre galaxieën

die zich onzichtbaar
klein maar hoe lichtend
wentelen in de stilste
diepte van mijn gebed.

Ik klim omhoog langs
aardse meridianen over
oceanen en continenten

om toch weer te belanden
- hoe kan het anders -
in het wilde spel van
het leven van de mens.

Daarin is God mateloos
liefdevolle intelligentie,
creatieve essentie van al.

Onbegrepen door filosofen
en geleerde theologen,
maar geraakt door mensen
levend in Zijn liefde.

 

Uit: "Schijngestalten", 2000
door Lovis van den Boom
 

 

voeten.gif (7370 bytes)

 

THOMAS MERTON: GOD KENNEN

  • Uit: Thomas Merton: "Bread In The Wilderness", Liturgical Press, Collegeville, MN 1971, pg.166

God wordt niet volledig gekend wanneer hij enkel "gekend" wordt met het verstand. Hij wordt het best gekend door ons wanneer Hij bezit neemt van heel ons zijn en ons met Zichzelf verenigt. Dan kennen we Hem niet als een idee maar voorbij aan alle ideeën, in een liefdescontact, in een ervaring van Wie Hij is, in een realiseren dat Hij en alleen Hij ons leven is en dat we zonder Hem niets zijn. Het is onze vreugde om niets te zijn, en te weten dat Hij alles is.

 

voeten.gif (7370 bytes)

 

IK ZAL GOD PRIJZEN, MIJN BEMINDE

  • Door Janet Morley.
    Uit: 'All Desires Known', Londen 1988, pag.50; vert. Mary Grey.

Ik zal God prijzen, mijn Beminde,
want zij is in alle opzichten beminnelijk.
Haar aanwezigheid bevredigt mijn ziel;
zij vervult mijn zinnen tot overvloed toe
zodat ik niet kan spreken.
Haar aanraking brengt mij tot leven;
de warmte van haar handen maakt mij helemaal levendig.
Haar omhelzing koestert me, lichaam en geest;
elk deel van mijn lichaam reageert op haar aanraking.
De schoonheid van haar gezicht is meer dan ik kan verdragen;
in haar staren verdrink ik.
Als zij mij aanschouwt
kan ik geen weerstand bieden.
Als zij vraagt om mijn liefde
verbrokkelt al mijn weerstand;
mijn hoogmoed en mijn beheersing zijn volledig opgelost.
O God, ik ben bang voor uw vreselijke genade;
ik vrees mijzelf op te geven.
Als ik in de sterke stroming van uw liefde val,
zal ik dan aan de omhelzing kunnen ontsnappen?
Maar hoe kan mijn Beminde weigeren,
en hoe kan ik me onttrekken aan de Ene naar wie mijn hart verlangt?

 

 

voeten.gif (7370 bytes)

 

HEINRICH SEUSE: GAAT DE HELDERE MORGENSTER OP IN MIJN ZIEL

  • Heinrich Seuse (1295-1366). Geciteerd in D. Sölle, De Heenreis. Gedachten over religieuze ervaring, Baarn 1976, pag. 81)

Waarlijk, Heer, ik zoek en vind in mij een wel heel groot verschil. Voel ik mij verlaten dan lijkt mijn ziel op een zieke, die niets smaakt, die alles tegenstaat; het lichaam is slap, het gemoed zwaar; in mij heerst hardheid des harten, buiten heerst droefheid. Wat ik ook zie, hoor en weet, het verdriet mij, hoe goed het ook zijn moge, want ik weet niet, hoe ik mij moet gedragen; gemakkelijk verval ik in fouten, besluiteloos gedraag ik mij tegenover mijn vijanden, lauw en koud ben ik tegenover alle goede dingen. Wie tot mij komt, vindt het huis leeg; de heer des huizes is niet thuis, hij die goede raad zou kunnen geven en door wie de huisgemeenschap blij gestemd raakt. Gaat echter de heldere morgenster op midden in mijn ziel, dan is alle leed verdwenen, alle duisternis verlicht, de hemel wordt helder en vrolijk en mijn hart lacht; gemoed en ziel verheugen zich in mij; het is mij zo feestelijk te moede en alles wat aan en in mij is wordt u tot een loflied. Wat zwaar, moeizaam, onmogelijk was, wordt licht en aangenaam: vasten, waken, bidden, lijden, vermijden en alle strenge dingen in de levenshouding worden tot niets in uw aanwezigheid. Zelfs de stoutmoedigheid leeft in mij, die mij in de verlatenheid ontbroken heeft. De ziel wordt zo doordrenkt met helderheid, waarheid, vriendelijkheid, dat ze alle moeite vergeet. Ik kan met vroom hart zonder moeite beschouwen, met de tong vol zelfverzekerdheid spreken, met het lichaam alles behendig aanpakken en ieder die mij zoekt, vindt voor al wat hij wenst, verstandige raad. Mij is dan te moede alsof ik over tijd en ruimte heengegroeid ben en in de voorhof van de eeuwige zaligheid sta. Ach Heer, wie verleent mij het voortduren (van deze toestand)? Want gezwind is het op een ogenblik weer voorbij en sta ik daar, onbedekt en verlaten, soms bijna alsof ik dat geluk nooit beleefd had tot het dan na zware zielestrijd weer terugkeert.

 

 

voeten.gif (7370 bytes)

 

RAINER MARIA RILKE: GOD RIJPT

Zelfs wanneer we elke diepte zouden afwijzen:
wanneer een gebergte goud bevat
dat niemand nog opgraven wil,
zal eens de rivier het aan het daglicht brengen
die in de stilte der stenen binnendringt,
de krachtige.

Ook wanneer wij niet willen:
God
rijpt.

 

 

voeten.gif (7370 bytes)

 

AMMA SYNCLETICA: HET GODDELIJK VUUR IN ONSZELF ONTSTEKEN

  • Deze "woestijnmoeder" stond in de traditie van de woestijnvaders, de eerste christelijke kluizenaars die in de 4e en 5e eeuw n.C. in de woestijnen van Egypte leefden.

Wie God nadert zal in het begin hard moeten vechten en veel lijden; maar daarna valt hem een onuitsprekelijke vreugde ten beurt. Je kunt het vergelijken met iemand die een vuur wil aansteken. Aanvankelijk slaat de rook die persoon op de adem en schieten zijn ogen vol tranen; totdat hij zijn doel bereikt. Zoals geschreven staat: "Onze God is een verterend vuur" (Hebr. 12:24), zo moeten ook wij het goddelijke vuur in onszelf onsteken door tranen en hard werken.

 

 

voeten.gif (7370 bytes)

 

THEOLOGIA DEUTSCH: GOD LIEFHEBBEN IN GOEDE EN IN SLECHTE TIJDEN  ;-)

  • Uit Theologia Deutsch (een anoniem mystiek geschrift uit het eind van de veertiende eeuw). Deze tekst is vertaald uit Theologia Deutsch. Ein Grundschrift deutscher Mystik. Herausgegeben und eingeleitet von Gerhard Wehr, Dingfelder Verlag, Andechs 1989, pag. 59-60)

Wij willen zó gestreeld worden, dat wij grote smaak en zoetheid en lust in onszelf vinden; dan denken wij dat het helemaal in orde is met ons. Maar dit is nog ver verwijderd van het volkomen leven. Want wanneer God ons in een hard leven trekken wil - dat is: in een ontberen en ontledigen van het eigene in geest en natuur - en Hij ons zijn troost en zoetheid onttrekt, dan is het ons wond en pijnlijk en kunnen wij ons daarin niet schikken. Dan vergeten wij God, verwaarlozen onze oefening en wanen ons totaal verloren. Dat is een groot gebrek en een kwaad teken. Want een waarlijk liefhebbend mens heeft God of het eeuwige goed even lief in hebben als in ontberen, in zoet als in zuur, in lief als in leed.

 

 

voeten.gif (7370 bytes)

 

UIT DE UPANISHADEN:
VLAM IN DE DIEPSTE DIEPTE VAN ONS HART

  • Onderstaande tekst over een geheime vlam in de stilte van ons diepste innerlijk vond ik in Paul Harris (ed.), The Fire of Silence and Stillness. An Anthology of Quotations for the Spiritual Journey, Londen 1995, ISBN 0-232-52118-2. Dit boek is een ware schatkamer, tot de nok toe gevuld met juwelen van citaten voor iedereen die geïnteresseerd is onderwerpen als meditatie, contemplatie, inkeer en verstilling. Helaas op dit moment niet meer in druk, maar via de site van abebooks.com nog wel bij buitenlandse antiquariaten te vinden en met creditcard te bestellen.

In onmetelijke diepte,
in de totale duisternis
van de Grot,
daar brandt een Vlam,
een eenzame Vlam!
Zal ooit iemand het geheim verklappen
dat die Vlam verborgen houdt
in haar hart?
Enkel die mens kan dit geheim ontdekken -
een geheim dat hij nooit kan delen met anderen -
die, wanneer hij die Vlam is binnengegaan
en erdoor verzwolgen is
van dat moment af aan
enkel nog Vlam is!

 

voeten.gif (7370 bytes)

 

Teksten van de Sufi-mysticus Roemi (13e eeuw)

  • Onder deze paragraaf vind je een aantal van de Engelstalige gedichten van de Soefi-mysticus Rumi vertaald in het Nederlands. Houd wel voor ogen dat de nu volgende gedichten vertalingen van vertalingen zijn! De 'Mathnawi' die in de bronvermeldingen af en toe genoemd wordt is een van Rumi's hoofdwerken.
  • Klik hier voor informatie over een heel mooie Nederlandstalige bloemlezing uit het werk van Roemi.

HEEFT DE DOOD JE NU PAS DE OGEN GEOPEND?

  • Mathnawi VI:771-776
    Engelse vert. Camille en Kabir Helminski
    Rumi: Jewels of Remembrance
    Threshold Books, 1996

Ik heb geen aandacht besteed aan Jouw waarschuwingen:
terwijl ik beweerde dat ik een afbreker van afgoden was,
was ik juist een maker ervan.
Zou ik meer aandacht moeten besteden aan Jouw werken óf aan de dood?
Laat het dan de dood zijn, want de dood is als de herfst,
en Jij bent de wortel waaraan alle bladeren ontspringen.
Jarenlang heeft de dood zijn trommel geroerd,
maar pas wanneer je tijd op is zal je oor dat horen.
In smarten schreeuwt de onoplettende mens vanuit de diepten van zijn ziel,
"O God, ik sterf!" Heeft de dood je nu pas de ogen geopend?
De dood is hees van het schreeuwen:
door zo vele verbazingwekkende slagen is de huid van zijn trommel gescheurd,
maar jij ging helemaal op in trivialiteiten;
en nu pas begin je het mysterie van de dood te vrezen.

 

voeten.gif (7370 bytes)

 

DE INTELLECTUEEL POCHT; DE MINNAAR VERLIEST ZICHZELF

  • Ode 1957
    Engelse vertaling door Kabir Helminski
    Love is a Stranger
    Threshold Books, 1993

De intellectueel is altijd aan het pochen;
de minnaar verliest zichzelf zonder ophouden.
De intellectueel rent weg, bang om te verdrinken;
maar de enige zin van liefde is juist dat wij in de zee verdrinken.
Intellectuelen plannen hun rust;
minnaars zouden zich beschaamd voelen als ze zouden rusten.
De minnaar is altijd alleen, zelfs wanneer hij omgeven is door mensen;
zoals water en olie blijft hij afgezonderd.
Iemand die de moeite neemt
om advies te geven aan een minnaar
bereikt niets. Hij wordt bespot door passie.
Liefde is als muskus. Het trekt (alle) aandacht.
Liefde is als een boom, en minnaars verwijlen in de schaduw ervan.

 

voeten.gif (7370 bytes)

 

LUISTER, O DRUPPEL

  • Mathnawi, IV: 2619-2622
    Rumi: Jewels of Remembrance
    trans. Camille and Kabir Helminski
    Threshold Books, 1996
    Vergelijk dit gedicht eens met een tekst van Augustinus Baker hoger op deze pagina.

Luister, O druppel, geef jezelf op zonder spijt,
en win in ruil daarvoor de Oceaan.
Luister, O druppel, gun jezelf deze eer,
en wees beveiligd in de armen van de Zee.
Wie zou er ooit zo gelukkig kunnen zijn?
Een Oceaan die een druppel het hof maakt!
In Godsnaam, in Godsnaam, verkoop en koop direct!
Geef een druppel, en verwerf deze Zee vol parels.

 

voeten.gif (7370 bytes)

 

Eén fluistering van de Beminde

  • Ode 442
    Origineel: trans. by Jonathan Star and Shahram Shiva
    A Garden Beyond Paradise: The Mystical Poetry of Rumi
    Bantam Books, 1992

Minnaars delen een heilige verordening:
de Beminde zoeken!
Ze struikelen over hun eigen hielen,
de Schone Ene tegemoet snellend
als een stortvloed van water.

In waarheid is iedereen een schaduw van de Beminde -
Ons zoeken is Zíjn zoeken,
Onze woorden zijn Zíjn woorden.

Bij tijden stromen we de Beminde tegemoet
als een dansende rivier.
Bij tijden zijn we een stilstaand water
bijeengehouden in Zijn kruik.
Bij tijden koken we in een ketel
verdampen tot stoom
dat [alles] is het werk van de Beminde.

Hij ademt in mijn oor
totdat mijn ziel
zijn geur overneemt.
Hij is de ziel van mijn ziel
Hoe zou ik kunnen ontkomen?
Maar welke ziel in deze wereld
zou zijn Beminde willen ontsnappen?

Hij zal je trots smelten
je mager maken als een streng haren,
En toch: verhandel niet - al won je er beide werelden mee,
zelfs maar één van Zijn haren.

We zoeken Hem her en der
terwijl we Hem recht aankijken.
Aan Zijn zijde zittend vragen we:
"O Beminde, waar is de Beminde?"

Genoeg van dit soort vragen! -
Laat stilte je naar het merg van het leven voeren.

Al je gepraat is waardeloos
Vergeleken met één fluistering
van de Beminde.

 

voeten.gif (7370 bytes)

 

Teksten van en over Jan van Ruusbroec (1293-1381)

OVER DE VURIGHEID VAN JAN VAN RUUSBROEC

De woorden vloeiden hem dan (wanneer hem om een woord gevraagd was; AP) zo overvloedig en gemakkelijk uit de mond, als was hij een vat vol jonge wijn, waarvan de naden barsten door de gisting. Zo waren de woorden uit zijn mond, als hij tot ons sprak over de Heer Jezus Christus. (...) Soms waren zijn woorden zo vurig, dat ze zelfs een hart van steen konden beroeren en dat hij vuur kon slaan uit een kei.
       Andere keren kwam er geen woord uit zijn mond, zelfs al waren er hoge en bekende personen op bezoek. Het was dan alsof hij nooit enig licht van de Heilige Geest had ontvangen. Als hem dit overkwam, dan nam hij zijn hoofd tussen zijn handen, om het inwendig licht terug te vinden. Maar als het hem niet werd gegeven, zei hij zonder schaamte: 'Kinderen, wil het mij ten goede duiden, het zal niet voor deze keer zijn.' En na de aanwezigen te hebben gegroet, ging hij heen.
       Andere keren kwamen sommige medebroeders met spreken na het avondofficie. Dan werden zij inwendig zo diep getroffen door zijn woorden over Gods liefde, dat zij tijd en (nachtelijk) uur vergaten en wakend bleven luisteren. Toch waren zij nadien in staat met grote aandacht het nachtelijk officie bij te wonen.

 

 

voeten.gif (7370 bytes)

 

SCHEMA INDELING VAN DE MYSTIEKE WEG VOLGENS RUUSBROEC

  • Klik op de deze link om het schema op te roepen.

 

voeten.gif (7370 bytes)

 

JAN VAN RUUSBROEC: VERSTROOIINGEN TIJDENS HET GEBED

En mocht het ook gebeuren, dat u gedurende de getijden of uw gebedsoefeningen verstrooiende gedachten of inbeeldingen te binnen vallen, om het even vanwaar zij komen, wees, zodra gij dat gewaar wordt en gij weer tot uzelf komt, daarover niet beangstigd; want zij zijn ongestadig. Keer u integendeel met hartelijke aandacht tot God. Want al toont de vijand u zijn kraam en zijn koopwaren, zolang gij ze niet opzettelijk en met liefde van hem koopt, zal er u niets van bijblijven.

 

 

voeten.gif (7370 bytes)

 

JAN VAN RUUSBROEC: LEVEN IN GOD ÉN LEVEN IN ONSZELF

  • Uit 'Vanden blinckenden steen', pag.75-76.
    Een citaat hierbij uit de cursus over Ruusbroec die ik ooit gaf (zie hier): "Dit blijvend onderscheid God - mens kunnen we vanuit twee perspectieven bekijken: enerzijds duidt het erop dat de mens áls mens altijd een beperkt schepsel is en blijft; anderzijds duidt het op de blijvende overvloed van gelukzaligheid in God, die niets te wensen overlaat, maar toch voortdurend mens én God roept naar nog grotere en altijd nieuwe gelukzaligheid."

Zo leven wij geheel in God
in zoverre als wij onze zaligheid bezitten,
en geheel in onszelf
in zoverre als wij ons in de liefde tot God oefenen.
En al leven wij geheel in God en geheel in onszelf,
toch is dit maar één leven.
Maar het wordt op tweevoudige wijze,
ja als tegengesteld aangevoeld.
Want arm en rijk,
hongerig en verzadigd,
werken en rusten:
deze dingen zijn radicaal tegengesteld.
En toch ligt hierin de hoogste heerlijkheid
die wij kunnen bereiken,
nu en in de eeuwigheid.
Want wij kunnen volstrekt niet God worden
en onze geschapenheid verliezen:
dat is onmogelijk.
Van de andere kant:
bleven wij helemaal in onszelf,
van God afgezonderd,
dan moesten wij ellendig zijn en onzalig.
Daarom moeten wij
ons geheel in God gevoelen en geheel in onszelf;
tussen die twee gevoelens vinden wij niets anders
dan de genade van Godswege
en de minne-beleving van onze kant.

 

 

voeten.gif (7370 bytes)

 

JAN VAN RUUSBROEC: DE VERENIGING MET GOD

  • Ontleend aan 'Vanden blinckende steen', pag.85-86.

[Wanneer we een schouwend leven leiden voelen we ons]
één met God.
Want langs de overvorming Gods
voelen wij ons verzwolgen
in de grondeloze afgrond van onze eeuwige zaligheid,
waar wij tussen God en ons
geen onderscheid meer kunnen vinden of waarnemen.
Dat nu is ons opperste gevoel,
dat wij anders niet bezitten kunnen
dan in ontzonkenheid van minne.
Als wij
in ons opperste gevoel getrokken en verheven worden,
zijn al onze krachten in wezenlijke genieting werkeloos,
maar ze gaan geenszins te niet;
want dan verloren wij onze geschapenheid.
En zolang wij met neigende geest en open ogen
zonder overdenking van het verstand
in ledigheid volharden,
mogen wij schouwen en genieten.
Maar van het ogenblik af,
dat wij willen onderzoeken en ontleden
wat wij eigenlijk ervaren,
vallen wij terug in de werkzaamheden van de rede.
Dan vinden wij onderscheid en andersheid
tussen ons en God,
en dan vinden wij God
buiten ons
in al Zijn onbegrijpelijkheid.

 

 

voeten.gif (7370 bytes)

 

Beknopte bibliografie m.b.t. mystiek (boekenlijst/literatuurlijst)

  • Bekijk de pagina met aanbevolen boeken voor een wat uitgebreidere bespreking van een aantal titels...
     
  • Blommestijn, H. & Maas, F.: Kruispunten in de mystieke traditie. Tekst en context van Meester Eckhart, Jan van Ruusbroec, Teresa van Avila en Johannes van het Kruis, Den Haag 1990 (176pp)

Kennismaking met vier grote christelijke mystici a.d.h.v. becommentariëerde tekstfragmenten. Soms pittig, maar zeer de moeite waard!

  • Boer, S. den & Swierenga, A.C.: Roemi: "Daglicht. Een dagboek van spirituele leiding", uitg. Servire, Amsterdam 2000, ISBN: 90-215-8710-6; 123pp

De teksten van de 13e-eeuwse Perzische mysticus Roemi (en daarmee ook de selectie van zijn verzen in "Daglicht") zijn erg lezenswaardig omdat zij aanzetten tot nadenken en zó rijk aan inhoud zijn, dat je ze steeds opnieuw kunt herlezen, waarschijnlijk een heel leven lang. Roemi's verzen bieden bemoediging; zijn poëtisch en beeldrijk, warmbloedig, boeiend, soms prikkelend raadselachtig, vol perspectief, en bij dat alles open en mild van toon.
   Bovenstaand commentaar is genomen uit een uitgebreidere recensie die je via deze link kunt oproepen.

  • Borchert, B.: Mystiek. Geschiedenis en uitdaging, Haarlem 1989 (230pp)

Erg fijn boek, met veel plaatmateriaal en overzichtskaarten. Wel duur. Een goede inleiding.

  • Dinzelbacher, P.: Wörterbuch der Mystik, Stuttgart 1989 (530pp)

Goed naslagwerk waarmee men zich vlug op de hoogte kan stellen van de mystieke leer van mystici en van belangrijke thema's uit de traditie van de mystiek. Hoofdzakelijk christelijk georiënteerd.

  • Dupré, Louis: Licht uit Licht. Een inleiding in de christelijke mystiek, Amsterdam 1983 (93pp)

Om met rode oortjes te lezen. Bewerking van een reeks lezingen die de auteur gaf voor de amerikaanse trappisten van het Gethsemane-klooster. Ik weet niet of ik het eens ben met de stelling van de auteur dat de moderne mens extra gevoelig kan zijn voor mystiek, omdat er een overeenkomst zou zijn tussen de moderne ervaring van de dood van God en de Donkere Nacht in de mystiek.

  • Gieraths, G.: Rijnlandse mystiek, Haarlem 1981 (154pp)

Heel aardige, historisch georiënteerde inleiding in de Rijnlandse mystiek, met teksten en beknopte biografieën van de belangrijkste mensen uit deze stroming. Helaas enkel nog antiquarisch verkrijgbaar.

  • Jäger, W.: De mystieke weg: traditie en ervaring, Nijmegen 1984 (152pp)

Heel leuk boekje, dat de mystieke weg schildert a.d.h.v. mooie teksten uit de traditie en hedendaagse ervarinsverslagen

  • Mommaers, Paul: Wat is mystiek?, Nijmegen 1977 (140pp)

Een goede, heldere en boeiende inleiding in het verschijnsel mystiek.

  • Schelling, R.: 'Vrouwen aan het venster. Voorbeelden van vrouwelijke spiritualiteit in de late middeleeuwen', Meinema Zoetermeer 1994 (155pp)

Leuk boekje met historische achtergronden en teksten van vrouwelijke spiritualiteit in Middeleeuwen. Beschreven worden Heloïse, Hildegard van Bingen en Clara van Assisi.

  • Steggink, O. & Waayman, C.: Spiritualiteit en mystiek. 1 Inleiding, Nijmegen 1985 (141pp)

Goede inleiding, die kan helpen om een duidelijker beeld te krijgen op de verschillende aspecten van spiritualiteit en mystiek. Met uitgebreide literatuurlijst, een beknopte geschiedenis van de spiritualiteit en veel voorbeelden uit die geschiedenis.

  • Streng, J.: Voorbij het denken. Verkenningen in de westerse mystiek, Baarn 1982 (93pp)

Geen systematische en uitputtende, maar wel boeiende inleiding in de mystiek. Het bijzondere aan dit boek is dat de auteur zijn verhaal a.d.h.v. voorbeelden uit de nederlandse literatuur, m.n. van dichters, verduidelijkt. Met veel plezier gelezen.

  • Underhill, E.: Mysticism. A study in the nature and development of Man's spiritual consciousness, New York 1974 (eerste druk 1910; 519pp)

Een klassieker. Wel een dikke pil, maar biedt veel voorbeelden uit de geschiedenis van de mystiek en is overzichtelijk gestructureerd. En daarbij ook nog eens mooi geschreven...
       DIT BOEK IS NU OP HET INTERNET TE VINDEN. Ga daarvoor naar de Christian Classics Ethereal Library om het te downloaden.
       Voor wie een indruk wil krijgen van dit boek: ik heb mijn SAMENVATTING daarvan op mijn homepage geplaatst. Bovendien heb ik de appendix van dit boek, betreffende de geschiedenis van de Westerse mystiek, alvast integraal (Engelstalig!) klaargezet op deze pagina.

  • Weima, J.: Reiken naar oneindigheid. Inleiding tot de psychologie van de religieuze ervaring, Baarn 1981 (287pp)

Een inleiding in de godsdienstpsychologie, met veel warmte en sympathie voor het onderwerp geschreven! Boeiend. Zie elders op deze site voor een beknopte samenvatting van dit boek.

 

 

voeten.gif (7370 bytes)

 

Waarom mystieke teksten lezen?

Soms vragen mensen mij wel eens: "Waarom zouden wij mystieke teksten lezen? Is dat niet heel zweverig, ver weg van ons gewone, alledaagse bestaan?" Vanwege deze vaakgestelde vraag begin ik een weekend, eendaagse of cursus over een bepaalde mysticus of mystica (zie activiteiten) heel vaak met het aanhalen van de volgende twee teksten:

"Mystiek is niet zoiets uitzonderlijks. Er zijn uitzonderlijke mystieke ervaringen te melden en er zijn een beperkt aantal 'grote mystieken', maar onopvallende mystieke ervaringen en mystiek georiënteerde levens, die zijn er vele. En mensen die zich herkennen in mystiek zonder zelf herinneringen te hebben aan sterke ervaringen, die zijn er nog meer."

(Bruno Borchert in "Tijdschrift voor het gezin", 1981/4, pag.90-92)

"We kennen allen ervaringen die verwant zijn met de mystieke beleving. Denk maar aan de nabijheid van het mysterie tijdens een kerstnacht, aan de onverklaarbare vreugde van een paasmorgen of aan de stilte van een verlaten kerk op het middaguur: zo bescheiden als ze zijn, zijn ze niettemin verwant met de mystieke ervaringen waarover de meesters van het spirituele leven spreken."

(Louis Dupré in 'Licht uit licht. Een inleiding in de christelijke mystiek', Kapellen 1983, pag.12)

 

voeten.gif (7370 bytes)

 

 

Deze pagina werd voor het laatst ververst op: maandag 21 maart 2005.


citaat (zinrijk.nl)
De beste vertaling die ooit van de Bijbel kan bestaan, is de mens zelf.
Martinus van Tours

Zangretraite in Portugal (meer)
Op een prachtige locatie (Monte na Luz - met zwembad) vlak bij de Middellandse zee, zingen we dat het een lieve lust is. Groepsgrootte: 15 personen. 21 - 27 juni
Deze weken met Jan-Hendrik Veenkamp zijn voor mij het hoogtepunt van het jaar. – Alex Pot